Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden
De rooie rat is failliet, u kunt niet meer bestellen. ISBN: 9789037702699 Taal: Nederlands Jaar: 2006 Uitgever: SCP etnische minderheden nederland vrouwenDeze SCP-publicatie is maandag 6 maart 2006 aangeboden aan minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). In het rapport, onder redactie van dr. Saskia Keuzenkamp en drs. Ans Merens, wordt een beeld gegeven van de positie van vrouwen uit de vier grootste minderheidsgroepen (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) en uit vijf 'nieuwere' minderheidsgroepen (Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Joegoslaven en Somaliërs).
Aan de orde komen onder meer: opleiding en inburgering, arbeidsparticipatie, de combinatie van arbeid en zorg en het inkomen, gezondheid, geweld tegen meisjes en vrouwen, vrijetijdsbesteding, deelname aan de 'civil society' en politieke participatie. De positie van vrouwen uit etnische minderheden wordt vergeleken met die van de autochtone vrouwen, maar ook met de positie van de mannen uit dezelfde minderheidsgroep.
De groepen vrouwen die in dit rapport zijn onderzocht verschillen nogal in omvang: de Turkse en Surinaamse vrouwen (beiden rond 170.000) en de Marokkaanse vrouwen (150.000) vormen de grootste groepen. De Antilliaanse vrouwen zijn minder talrijk (60.000). De groepen vrouwelijke vluchtelingen zijn (nog) veel kleiner (10 à 20.000). Er zijn duidelijke verschillen in verblijfsduur en reden van migratie tussen de groepen. Veel Turkse en Marokkaanse vrouwen zijn vanaf de jaren zeventig naar Nederland gekomen in navolging van hun echtgenoten die hier eerder kwamen werken. Daarna is er bij deze groepen vooral veel volgmigratie (huwelijksmigranten). Surinaamse vrouwen kwamen veelal vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname (1975) naar Nederland. De vrouwen uit de 'nieuwe groepen' zijn, met uitzondering van de Iraanse vrouwen, grotendeels in de jaren negentig als vluchteling naar Nederland gekomen.
Enkele conclusies:
Allochtone vrouwen zijn lager opgeleid dan autochtone vrouwen .
Allochtone meisjes doen het op school wat beter dan de jongens.
Inburgeringscursussen leiden tot betere taalbeheersing.
Surinaamse vrouwen hebben het vaakst een baan.
Veel anderhalfverdieners onder Surinamers en Antillianen.
Turken en Marokkanen denken het meest traditioneel over taakverdeling.
Turken en Marokkanen maken minder gebruik van kinderopvang en ouderschapsverlof.
Allochtone vrouwen zijn minder gezond.
Weinig betrouwbare cijfers beschikbaar over geweld tegen allochtone meisjes en vrouwen.
Deelname aan de 'civil society' vooral laag bij Turkse en Marokkaanse vrouwen.
Politieke participatie bij allochtone vrouwen lager dan bij autochtone vrouwen.
Vrijetijdsbesteding verschilt meer tussen etnische groepen dan tussen de seksen.
Het rapport kwam mede tot stand op verzoek van minister De Geus als coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid.
Gerelateerde boeken
|
Eigen identiteit en interculturele dialoog. €25,00 |
€17,50 |
€19,50 |
Serie kopstukken filosofie. €12,50 |
