In De Keisnijders hebben we te maken met een uchronie; het kapitalisme is oud geworden en heeft ten langen leste haar flitsende imago verloren. Het Amerikaanse Tijdperk is voorbij, haar wereldheerschappij nog slechts een herinnering, en het zwaartepunt van de wereldeconomie is naar Azië verschoven. Vijfenzeventig jaar na het afbreken van de muur leven vier oudere mensen om een grote ronde muur in het hart van Berlijn. De vier ouderen staan bekent als de keisnijders en voor een halve eeuw is het leven rond de muur een bron van nieuwe gebruiken, verhalen en bewegingen. Het verhaal begint wanneer vier kinderen (Marthe, Anouk, Jules en Peter) bij de muur verschijnen. Ze hebben over de ouderen en hun muur gehoord, gelezen en gedroomd.