Boeren in Indonesië willen autonomie behouden
Tienduizend boeren in Kulon Progo, onderdeel van het sultanaat Jogjakarta op Midden Java in Indonesië dreigen hun grond te moeten verlaten voor een mijnbouwproject. In 2007 hebben deze boeren een organisatie opgericht met het doel hun autonomie te behouden. Wetgeving die na de onafhankelijkheid van Indonesië is opgesteld om boeren te beschermen dreigt nu te worden opzijgezet. De overheid beroept zich op de wet dat natuurlijke hulpbronnen van de staat zijn. En de Sultan van Jogjakarta wijst op zijn historische rechten en eist het gebied op als zijn eigendom. De boeren die te maken hebben met intimidatie en infiltratie, zijn niet van plan hun land op te geven en bereiden zich voor tegen de plannen van projectontwikkelaars, gesteund door de Indonesische overheid, en de dochter van de Sultan.
Rond 1942 vestigden een aantal boeren zich op de zandvlakte aan de kust van Maar ze werden al snel verdreven. De Japanse bezetters verboden de boeren het zanderig kustgebied te gebruiken om gewassen te verbouwen. Ook verdachten de Japanners de boeren ervan zout te winnen, wat verboden was.
Nadat de onafhankelijkheid van Indonesië was uitgeroepen keerden enkele dorpsbewoners terug. In 1948 bezocht president Soekarno het kustgebied en spoorden de plaatselijke bevolking, die merendeels uit boeren bestond, aan om de grond te bewerken.
Met vallen en opstaan wisten de boeren de zandgrond te cultiveren. Tot de jaren tachtig bleven de opbrengsten uiterst marginaal en de leefomstandigheden onzeker. Alleen bepaalde kruipplanten wilden er groeien. De boeren wisten de opbrengsten te verbeteren door kennis met elkaar te delen. Bijna elke avond kwamen ze bij elkaar om ervaringen met elkaar te delen. Daaruit groeide de wil en motivatie om door te zetten en om hun leven te verbeteren. Door deze bijeenkomsten groeiden het onderling vertrouwen en ontstond de behoefte om met elkaar samen te werken. Op deze manier wisten de boeren nieuwe manieren te ontwikkelen om de teelt te verbeteren. Zo hielpen in 1984 boeren elkaar om eenvoudige waterputten in de velden te bouwen. Ze bouwden gezamenlijk dammen, bemesten de grond en planten de gewassen. Door deze inzet wisten ze de woestenij om te zetten in een vruchtbaar gebied. Zowel in het regenseizoen als het droge seizoen kunnen de boeren nu gewassen oogsten. Langs de 25 kilometer lange kustlijn groeien nu pepers, aubergines, bitter-meloen of wat we kennen uit de Surinaamse keuken als sopropo, wonderboom waaruit olie wordt gewonnen, sperziebonen, rijst, maïs, watermeloen en nog veel meer gewassen.
Onderzoekers van de geologie faculteit van het Technologisch Instituut in Bandung (ITB) ontdekten dat het zand ijzer bevatte. Dat deed het licht branden bij de dochter van de Sultan van Jogjakarta. Officieel is Jogjakarta nog steeds een Sultanaat. Al in de koloniale tijd had de Sultan van Jogjakarta de zelfde rechten als de VOC ten opzichte van Holland. In 1945 riep de Sultan Jogjakarta uit als een zelfstandig gebied. Indonesië erkende de rechten van de Sultan voor het zover betrof de gebieden betrof binnen Jogjakarta waar nog geen bestemming voor was. Ook hoefde de Sultan geen verkiezingen te organiseren, zodat hij als feodaal heerser kon blijven optreden. GKR Pembayun, de dochter van sultan Hamengkubowono X, richtte het bedrijf Jogja Magasa Iron om in samenwerking met het Australische bedrijf Kimberley Diamond (Indomines) ijzer uit het zand te winnen.
Daarnaast heeft de Asian Development Bank Kulon Progo uitverkoren tot 'ontwikkelingsgebied'. Plannen liggen klaar om een nieuw snelwegnet, een internationaal vliegveld, een haven en een militair trainingskamp te bouwen.
De boeren waren bezorgd hun land te verliezen. In april 2007 kwamen afgevaardigden van boerengemeenschappen en dorpen bijeen om hun houding ten opzichte van de mijnbouw-plannen te bepalen. Zij besloten tot onvoorwaardelijk verzet en richtte de organisatie Paguyaban Petani Lahan Pantai (PPLP) - Vereniging van boeren aan de kust – op. De PPLP organiseerden een groot aantal acties. Dit boerenverzet kenmerkt zicht door autonomie en zelfmanagement.
PPLP doet een beroep op XminY om hen te steunen om bijeenkomsten te organiseren met andere autonome gebieden om de onderlinge solidariteit te verstevigen. Zij willen de jongeren van PPLP scholen op het gebied van documentatie- en informatie technologie. En de PPLP wil tuinbouwkundig onderwijs uitdragen zodat meer gemeenschappen financieel autonoom worden.
Rond 1942 vestigden een aantal boeren zich op de zandvlakte aan de kust van Maar ze werden al snel verdreven. De Japanse bezetters verboden de boeren het zanderig kustgebied te gebruiken om gewassen te verbouwen. Ook verdachten de Japanners de boeren ervan zout te winnen, wat verboden was.
Nadat de onafhankelijkheid van Indonesië was uitgeroepen keerden enkele dorpsbewoners terug. In 1948 bezocht president Soekarno het kustgebied en spoorden de plaatselijke bevolking, die merendeels uit boeren bestond, aan om de grond te bewerken.
Met vallen en opstaan wisten de boeren de zandgrond te cultiveren. Tot de jaren tachtig bleven de opbrengsten uiterst marginaal en de leefomstandigheden onzeker. Alleen bepaalde kruipplanten wilden er groeien. De boeren wisten de opbrengsten te verbeteren door kennis met elkaar te delen. Bijna elke avond kwamen ze bij elkaar om ervaringen met elkaar te delen. Daaruit groeide de wil en motivatie om door te zetten en om hun leven te verbeteren. Door deze bijeenkomsten groeiden het onderling vertrouwen en ontstond de behoefte om met elkaar samen te werken. Op deze manier wisten de boeren nieuwe manieren te ontwikkelen om de teelt te verbeteren. Zo hielpen in 1984 boeren elkaar om eenvoudige waterputten in de velden te bouwen. Ze bouwden gezamenlijk dammen, bemesten de grond en planten de gewassen. Door deze inzet wisten ze de woestenij om te zetten in een vruchtbaar gebied. Zowel in het regenseizoen als het droge seizoen kunnen de boeren nu gewassen oogsten. Langs de 25 kilometer lange kustlijn groeien nu pepers, aubergines, bitter-meloen of wat we kennen uit de Surinaamse keuken als sopropo, wonderboom waaruit olie wordt gewonnen, sperziebonen, rijst, maïs, watermeloen en nog veel meer gewassen.
Onderzoekers van de geologie faculteit van het Technologisch Instituut in Bandung (ITB) ontdekten dat het zand ijzer bevatte. Dat deed het licht branden bij de dochter van de Sultan van Jogjakarta. Officieel is Jogjakarta nog steeds een Sultanaat. Al in de koloniale tijd had de Sultan van Jogjakarta de zelfde rechten als de VOC ten opzichte van Holland. In 1945 riep de Sultan Jogjakarta uit als een zelfstandig gebied. Indonesië erkende de rechten van de Sultan voor het zover betrof de gebieden betrof binnen Jogjakarta waar nog geen bestemming voor was. Ook hoefde de Sultan geen verkiezingen te organiseren, zodat hij als feodaal heerser kon blijven optreden. GKR Pembayun, de dochter van sultan Hamengkubowono X, richtte het bedrijf Jogja Magasa Iron om in samenwerking met het Australische bedrijf Kimberley Diamond (Indomines) ijzer uit het zand te winnen.
Daarnaast heeft de Asian Development Bank Kulon Progo uitverkoren tot 'ontwikkelingsgebied'. Plannen liggen klaar om een nieuw snelwegnet, een internationaal vliegveld, een haven en een militair trainingskamp te bouwen.
De boeren waren bezorgd hun land te verliezen. In april 2007 kwamen afgevaardigden van boerengemeenschappen en dorpen bijeen om hun houding ten opzichte van de mijnbouw-plannen te bepalen. Zij besloten tot onvoorwaardelijk verzet en richtte de organisatie Paguyaban Petani Lahan Pantai (PPLP) - Vereniging van boeren aan de kust – op. De PPLP organiseerden een groot aantal acties. Dit boerenverzet kenmerkt zicht door autonomie en zelfmanagement.
PPLP doet een beroep op XminY om hen te steunen om bijeenkomsten te organiseren met andere autonome gebieden om de onderlinge solidariteit te verstevigen. Zij willen de jongeren van PPLP scholen op het gebied van documentatie- en informatie technologie. En de PPLP wil tuinbouwkundig onderwijs uitdragen zodat meer gemeenschappen financieel autonoom worden.
Gepubliceerd op 04-10-2011