Waar komt dat geld vandaan: door nieuwe obligaties uit te schrijven, die dan weer gekocht worden door landen die veel exporteren naar het Westen, vooral het midden oosten en China. De staatsschulden worden niet alleen groter, ook moet de rente omhoog op obligaties (om genoeg kopers te vinden), waardoor de totale rentebetalingen nog verder omhoog schieten. Een korte-termijnoplossing die op wat langere termijn de kans dat de westerse economie in een dramatische depressie beland alleen maar meer vergroot. Hier komt de ironie – als er nog meer geleend gaat worden om te proberen de economie in gang te houden, bestaat de mogelijkheid dat westerse landen langzaamaan in een derde-wereld achtige situatie terechtkomen – niet genoeg over houden na het betalen van de rente om nog te investeren, laat staan af te lossen. Als je geluk hebt komt er nog eens wat deflatie overheen waardoor het nog moeilijker wordt de staatschuld te bekostigen. Zover is het nog niet, maar wanneer ik mensen een paar jaar geleden uitlegde dat de Amerikaanse vastgoedbubbel binnenkort zou kunnen imploderen en dat dit tot een recessie zou leiden (zie ‘Dossier: consequenties van de olieproductiepiek’, Buiten de Orde, winter 2005) hadden ze meestal ook zoiets van: waar heeft ie het over.
Hoe zit het dan nu met die oliepiek? De hoge prijs had wel te maken met krapte tussen vraag en aanbod maar ook met speculatie. De hoge olieprijs en zwakke dollar van afgelopen jaar hadden meer te maken met negatieve verwachtingen over de toekomst dan met de situatie van het moment.
Analysten springen van het een in het ander. Goldman Sachs zei in maart dat de olieprijs rond de 200 dollar zou eindigen en stelde expliciet dat er zeker geen sprake zou zijn van een recessie; nu komen ze met een nieuw rapport dat de prijs in december op 50 dollar zou eindigen. Misschien wordt die oliepiek nu een paar jaar uitgesteld. En wie weet hebben we dan ook al weer wat bijgeboord in de gesmolten Arctische zee, maar uitstel is geen afstel.
De crisis is af en toe wel vermakelijk. “Market capitalism dead?”, “The US looks like a third world country” zijn headlines op CNN, enzovoort. Het is in ieder geval nu iedereen wel duidelijk dat de duizenden bankiers en analysten er eigenlijk de ballen verstand van hebben. Maar ja,
“De praktijken van de geldwisselaars zonder scrupules worden aangeklaagd in deze rechtbank die de publieke opinie heet, veroordeeld door hart en verstand. Ze zijn gevlucht van hun hoge zetels in de tempel van onze beschaving,”
stelde Rooseveld na zijn verpletterende verkiezingsoverwinning in 1932.
Maar misschien een verassing: ik weet nog niet wat ik van de hele crisis vind. De kans dat er nog iets zinnigs zou worden afgesproken dit jaar in Polen en volgend jaar in Kopenhagen op de komende twee doorslaggevende klimaattoppen was al tamelijk klein, maar nu zal er wel helemaal niets van komen. De IUCN, de organisatie die de rode lijst met bedreigde diersoorten opstelt, publiceerde kortgeleden een rapport dat de waardevernietiging door de continue destructie van bossen aanzienlijk meer economische schade aanricht dan het hele kredietgebeuren. Maar echt voorpagina werd het niet.
Obama zal ongetwijfeld refereren aan Roosevelt in november. Het zou kunnen dat Obama een soort van groene new deal, een investeringsgolf in groene energie, bio-landbouw en duurzame woningen voor arme mensen in elkaar draait. Roosevelt had wel een voordeel; de boekhouding van de Amerikaanse regering stond er in de jaren dertig aanzienlijk rooskleuriger voor. En als we economie blijven afmeten aan groei van het BNP, tja, dan wordt de stroom van die windmolens alleen maar gebruikt voor het verder opstoken van vervuiling…
Iedereen vraagt mij de laatste weken hoe het in IJsland zit, of de crash er voor zorgt dat de plannen voor nieuwe smelters en dammen in de koelkast gaan (aangezien de leningen voor de vorige ronde behoorlijk hebben bijgedragen aan de huidige economische problemen) of juist versneld worden. Op dit moment is alles nog erg onduidelijk. Alcoa en co adverteren hele pagina’s om mensen te overtuigen dat linea recta de schop in de grond moet; tegelijkertijd demonstreert de hele bevolking tegen een aantal van de schurken die steeds zware industrie zo gepromoot hebben, met als lichtend voorbeeld Davíð Oddsson, ex-premier en nu directeur van de Centrale Bank. Dank zij hem wordt IJsland nu afhankelijk van het IMF en Rusland.
Welke keuzes IJsland gaat maken lijkt op kleine schaal op welke keuzes de wereld kan maken. In het positiefste geval hebben we vijf jaar extra om iedereen zo ver te krijgen om in te zien dat we niet boven de natuur staan en dat onze poging om te doen of dat wel zo is aan het uitlopen is op een veel, veel grotere ramp dan die van de jaren dertig…
Jaap Krater
]]>Deze zomer hebben we vooral de nadruk gelegd op de mondiale gevolgen van de aluminium industrie en dat de keuzes die in IJsland worden gemaakt, overal ter wereld zijn littekens achterlaat op de natuur, klimaatveranderingen, mensenrechten en sociale structuren.
De strijd om IJsland zit nu in een cruciale fase. Een nieuwe smelter van Century Aluminium wordt op dit moment gebouwd, een andere van ALCOA staat gepland. De eerste werkzaamheden aan een nieuwe stuwdam voor Rio Tinto Alcan zijn tevens begonnen en nog drie andere liggen op de tekentafel. Het bijna-faillissement van het land zou kunnen leiden naar of het stoppen van deze projecten, of juist een toename ervan.
Deze zomer telde veel succesvolle acties. Op zaterdag 9 Juli legden we de werkzaamheden in de eerste fase van de geplande smelter voor Century, in Helguvík, de hele dag stil. Twee dagen later werd de weg naar Century’s al bestaande smelter en Elkem’s ijzerfabriek in Grundartangi geblokkeerd. Bij beide acties hebben we de nadruk gelegd op de uniek geothermische gebieden die zijn vernietigd om deze fabrieken van energie te voorzien en Century’s corrupte deals in West-Congo en Jamaica waar dit bedrijf bauxiet mijnt en ook deze mijnbouw hoopt uit te breiden.
Zondag 20 Juli, zijn we naar the Þjórsá rivier gegaan, waar lokale boeren strijden tegen Landsvirkjun, het nationale energie bedrijf, die van plan is om de rivier met drie stuwdammen in te dammen. Samen met de boeren hebben wandelden we door dit gebied langs deze machtige rivier en watervallen. Het was erg inspirerend om de verhalen van de boeren te horen.
Dinsdag 22 Juli, organiseerde we een open overleg met de IJslandse vredesbeweging. Samarendra Das, een Indiaanse activist, auteur en filmmaker sprak daar over de rol van de aluminium industrie in de wapenindustrie en culturele genocide in de derde wereld. Een dag later organiseerde we een conferentie met Reykjavik Academics, waar Samarendra en Andri Snær Magnason, de schrijver van “Dreamland” (net vertaald het in Engels) een lezing gaven over de mondiale gevolgen van de aluminium productie.
Vrijdag 25 juli gaven we Friðrik Sóphusson, de directeur van Landsvirkjun, een ochtendlijk bezoekje bij zijn huis en overhandigden hem een ontruimingsbevel waarin stond dat hij zijn huis binnen enkele uren zou moeten verlaten om zijn woning op te geven voor de vaart der volkeren. Landsvirkjun gaat herhaaldelijk naar de deuren van de boerderijen bij de Þjórsá rivier, zelfs als de boeren hebben verteld geen discussie te willen over eventuele bouw van de dam.
Met de belofte op mobiele telefoon verbindingen, verbetering van de infrastructuur en geld is het Landsvirkjun gelukt de lokale gemeentes aan hun kant te scharen, maar gelukkig zijn de boeren sterker en weigeren enige vorm van compromis.
Later die ochtend verscheen Saving Iceland bij het Landsvirkjun hoofdkantoor en verstoorde het werk door het brandalarm af te laten gaan, terwijl een andere groep de ontvangsthal bezette met een lawaaidemo en een derde groep een spandoek met een ‘Illvirkjun’ logo (kwaad doener, tevens: slechte dam), een adbust van Landvirkjun’s eigen logo, ophing. De nadruk lag op Landsvirkjun’s banden met Alcoa en specifiek met de erbarmelijke omstandigheden voor werknemers in de autoonderdelen fabriek van Alcoa in Honduras.
Maandag, 28 Juli, stopte we de boorwerkzaamheden in Hellisheiði. Een paar mensen schakelden de stroom uit en bezetten de controlekamer, terwijl anderen zich vastketenden aan machines en de boortoren beklommen. Naast de vernietiging van de unieke geothermische gebieden in Hellisheiði brachten we de aandacht naar de corrupte deals van Reykjavík Energy in Yemen.
De laatste actie in IJsland vond plaats op vrijdag 1 Juli. We stopte het werkverkeer in en uit de Rio Tinto-Alcan smelter in Hafnarfjörður. De activisten ketenden zich aan de toegangshekken en blokkeerde daarmee vrachtwagens in het betreden van de smelter. Dit wegens de corruptie waarmee Rio Tinto-Alcan zich in Hafnarfjörður handhaaft en tevens diens banden met de wapenindustrie.
In de week van 21 tot 28 Juli, vonden op diverse plaatsen solidariteits acties plaats. In Zwitserland en Italië werd gedemonstreerd voor de IJslandse ambassade en de hoofdkantoren van Alcoa, Glencore en Imregilo.
In Essen, Duitsland werd een internationale aluminium conferentie twee keer verstoord, beide tijdens toespraken van Rio Tinto. ’S ochtends werden de brandalarms aangezet, terwijl ’s middags Saving Iceland binnestoorde, met stinkbommen gooide en een verkrachtings-alarm aan een heliumballon omhoog liet.
Goed nieuws is dat het pensioenfonds van de Noorse regering Rio Tinto nu heeft verbannen uit haar portefeuille en 700 milioen euro aan aandelen heeft verkocht. Het bedrijf is ‘onethisch’ en de sociale en ecologische effecten van de Grasberg mijn West Papua zijn wanstaltig.
Dat we dit jaar de aandacht legden op de mondiale gevolgen van de aluminium productie lijkt zijn vruchten af te werpen. Voor het eerst begint zich een discussie af te spelen in IJsland over de wereldwijde gevolgen van het mijnen naar bauxiet. Saving Icleand is de enige IJslandse milieu groepering die aandacht schenkt aan de mondiale context van de gebeurtenissen in IJsland. Dit werd gedurende de zomer herhaaldelijk erkend door verschillende meer gematigde milieuactivisten en politici. Alhoewel dit zeker een succes te noemen is, is het einde nog zeker niet in zicht en moet er nog veel gebeuren. Daarom zullen wij blijven vechten tegen de zware industrieën in IJsland en in de rest van de wereld.
]]>
Robert Lagendijk, Internationaal Pooljaar – Protestliedjesschrijver en sixties icoon Armand – Ben Ik Te Min – is net terug uit IJsland. Daar was hij om te protesteren tegen de bouw van stuwdammen en aluminium fabrieken. Speciaal voor het protest schreef hij een drietal liedjes die gratis zijn te downloaden van zijn site. Een daarvan is zelfs deels in het IJslands gezongen: Ísland, ég elska þig. Ofwel: IJsland, ik hou van jou.Het gaat Armand aan het hart dat de zware industrie op zoek gaat naar goedkope locaties ten koste van de natuur. De protestzanger ziet het dan ook als zijn taak om Europa daar op te wijzen. Op de website http://www.savingiceland.org is veel informatie te vinden over de gevaren die de IJslandse natuur loopt. ‘Rond oud en nieuw publiceerden ze daar een lange lijst met artiesten die zich voor het goede doel hadden ingezet. Op de eerste twee plekken stonden lokale acts, maar ik kwam al op de derde plaats. Dat vond ik zo sympathiek dat ik besloot om naar deze bijeenkomst in de zomer op IJsland te gaan,’ vertelt Armand.
In Reykjavik heeft hij meerdere keren opgetreden. ‘Ik heb in een paar kleine cafeetjes gespeeld, maar ook tijdens de grote protest bijeenkomst buiten. Ik heb het idee dat de gevaren van de zware industrie begint door te dringen tot de plaatselijke bevolking. IJsland kan een voorbeeld voor de rest van de wereld zijn. Ze hoeven namelijk helemaal niet met die industrie in zee te gaan. Je moet ook beseffen dat een zo’n aluminium fabriek zes keer zoveel stroom verbruikt als het hele eiland.’
De drie protestsong die de zanger speciaal voor het evenement schreef, zijn vanaf nu gratis van zijn site te downloaden. Twee stonden er al voor zijn trip naar het hoge noorden op, de derde Brave Cops Of Iceland volgde pas na terugkomst. ‘In dat liedje zing ik iets over de slechte politie van IJsland. Zij worden opgeleid door de mensen van de zware industrie en rijden met grote 4-wheel drives gewoon op demonstranten in. Ik wilde niet het risico lopen dat ze mij vanwege die regel in dat liedje de toegang tot IJsland zouden verbieden. Vandaar dat ik het pas na terugkomst op de site heb gezet.’
Download Brave Cops of Iceland
Over zijn eigen optreden op IJsland zegt Armand tot slot: ‘Het was een daverend succes. Ze hebben de boel afgebroken.’ En dat zonder Ben Ik Te Min te spelen. ‘Ja, want daar gaat het helemaal niet om. Dat is een onbelangrijk liedje.’
Download European Affair
Link: http://www.armand.nl
]]>HELGUVIK (IJSLAND) – Zaterdagochtend (19 juni 2008) hebben 40 activisten de bouwplaats van aluminiumsmelter Helguvík in IJsland bezet. De activisten ketenden zich vast aan machines en bouwkranen. Hierdoor heeft het bouwwerk de gehele dag stilgelegen. Van de 40 activisten, waren er 15 afkomstig uit Nederland en België. In IJsland willen bedrijven grote aluminiumfabrieken en dammen bouwen. Hiermee wordt een groot deel van de bijzondere IJslandse natuur vernietigd. Inwoners van IJsland verzetten zich hiertegen en worden daarin gesteund door een internationale coalitie.
Om goedkoop aluminium te kunnen produceren, is er een megalomaan plan bedacht
waarin een groot deel van IJsland wordt vol gebouwd met dammen om energie op te
wekken. De productie van aluminium heeft veel energie nodig. Met de bouw van
deze dammen en het vervolgens onder water zetten van grote gebieden in IJsland
wordt unieke natuur vernietigd. De grondstoffen voor aluminium wordt in Afrika
en Jamaica gewonnen. Hierbij worden op grote schaal mensenrecht geschonden en
het milieu schade toegebracht.
De afgelopen zaterdag bezette bouwplaats is van het Amerikaanse Century
Aluminium. Dit bedrijf wil hier een grote aluminiumsmelter bouwen en vernietigd
zowel in IJsland als elders in de wereld grote stukken natuur. In Congo heeft
Century een exclusief contract met het regime bedongen. Hier worden op grote
schaal mensenrechten geschonden en natuur vernietigd.
De activisten hebben hun actie volgehouden tot in de middag. Hierdoor heeft het
werk de gehele dag stil gelegen. De internationale coalitie Saving Iceland
voert al enkele jaren actie tegen deze plannen. Bij deze bezettingsactie deden
ook 10 Nederlandse en 5 Belgische GroenFront!-activisten mee. Komende tijd
zullen er meer acties gaan plaats vinden in IJsland tegen de bouw van de dammen
en aluminiumsmelters. Internationaal is er ook opgeroepen deze week voor
solidariteitsactie elders in de wereld.
De hoge olieprijs en energieschaatste drijft zoals je ongetwijfeld wel door hebt zo’n beetje alle prijzen op. Ik zit hier in de regen in IJsland, het aktiekamp van dit jaar is net begonnen en nog net niet weggeblazen. Een van de aluminiumbedrijven die hier net begonnen is met de bouw van een nieuwe smelter is Century Aluminum, een relatief kleine speler uit de VS.
De directeur van Century heet Logan Kruger. Hij lijkt de absolute leider te zijn, hij is zowel bestuursvoorzitter, president-directeur als ‘chief executive officer’. Ik ben een verslag aan het lezen van een telefonische conferentie die elk kwartaal wordt gehouden, waar grote aandeelhouders, voornamelijk vertegenwoordigers van grote investeerders als Meryll Lynch en Barclays.
Het verslag staat vol met jolige amerikaanse grapjes, het lijkt er gezellig aan toe te gaan. Het doet me denken aan hollandse jongensromans uit de vorige eeuw, de geheime club, of studentikoze avonturen van Ronald Giphart maar dan zonder de sex. Aluminium is de sex en de gewillige slachtoffers zijn in dit geval de Afrikaanse landen waar een smelter, grote dam of kolencentrale mag worden neergezet. Scoren maar.
Een aandeelhouder belde op omdat hij zich zorgen maakte over de electriciteits-blackouts in Zuid Afrika. Kruger vertelde dat ESKOM, het Z-Afrikaanse electriciteitsbedrijf dat het grootste deel van het Afrikaanse grid beheert, probeert de electriciteitsvraag te verminderen door de prijzen flink te verhogen voor huishoudens en regelmatig hun stroom afsnijdt. Op die manier kan er genoeg stroom naar zware industrie blijven gaan. Een derde van aluminiumproductie is bestemd voor wapens, dat verklaart wel een en ander. Back to the USSR?
“En dit gebeurt niet aleen in Zuid Afrika, maar ook Botswana, Zimbabwe en zelfs Zambia,” vertelt Kruger.
In IJsland vliegt ondertussen de lokale PvdA elkaar in de haren. In de verkiezingen hadden ze hun onderdanen een ‘Schoon IJsland’ beleid belooft inclusief een moratorium van vijf jaar op nieuwe zware industrieprojecten. Inmiddels komen verschillende ministers er op terug en wil men lustig bouwen met Century, RioTinto-Alcan en Alcoa, maar dat schoot sommige sociaaldemocraten in het verkeerde keelgat. Premier Geir Harde spreekt van een misverstand, we hadden het allemaal verkeerd begrepen.
Hij beloofde recentelijk ook dat IJsland mee zou doen aan de race om als eerste land ‘climate neutral’ te worden.
Na 60 jaar onafhankelijkheid is IJsland een echte democratie geworden.
]]>
Artikel over de problemen met zware industrie in IJsland en de twijfelachtige rol van het Wereldnatuurfonds en Greenpeace.
– Download as PDF
De laatste wildernissen van Europa verdwijnen voor stuwdammen en aluminiumsmelters. De jonge IJslandse milieubeweging ontmoet onverwachte tegenstand. Deel 2 in een serie over
Europa. Annemarie Opmeer
Toegegeven, bomen zijn er nauwelijks, maar verder heeft IJsland natuur genoeg. Schitterende,
uitgestrekte wildernissen, maar ook lage werkloosheid en een hoge levensstandaard, het
dunbevolkte IJsland heeft wel iets weg van Scandinavië. Maar dan beter, want per hoofd van de
bevolking produceert het vulkanisch actieve eiland meer energie dan welk ander land dan ook.
Schone energie, met nauwelijks industrie eraan vast. Als er één westers land is dat een
uitzonderingspositie zou kunnen hebben in de discussie over klimaatverandering, dan is het IJsland.
Helaas heeft het dat ook.
In de onderhandelingen over het Kyoto-protocol lag, naast de VS, namelijk ook IJsland dwars en
mocht uiteindelijk maar liefst 10 procent extra broeikasgas uitstoten. Ze bedongen in 2001
bovendien dat emissies van nieuwe grote projecten apart gerapporteerd mogen worden, vanwege
hun gebruik van ‘hernieuwbare’ energie. Dit buitenbeentje van Europa kan zo alsnog
industrialiseren. Als gevolg ziet uitgerekend dit Europese land, dat letterlijk barst van de natuurlijke
energie, toch de noodzaak van gigantische waterkrachtcentrales. Al die extra energie is nodig voor
een opmerkelijke nieuwe economische impuls: aluminiumindustrie. Een zet waarvoor zowel
smelterijen als bauxiet (aluminiumerts) van buiten moeten komen. IJsland levert slechts de energie.
Een zorgelijke ontwikkeling, die niet tot een enkel stuwmeer en enkele smelterij beperkt lijkt te
blijven. Maar de piepjonge IJslandse milieubeweging is niet zomaar opgewassen tegen de druk van
grote internationale belangen en de obstakels van de kleine eilandgemeenschap. Plaatselijke
activisten, die zich rap verenigden voor de campagne Saving Iceland, rapporteren over repressie,
vriendjespolitiek en dorpsmentaliteit. Bovendien, claimen zij, spelen het Wereld Natuur Fonds en
Greenpeace geen mooie rol en doen zij met hun focus op walvissen meer kwaad dan goed.
LSD
Terwijl de internationale milieubeweging te hoop loopt tegen de walvisvaart zien de meeste
IJslanders het probleem hiervan niet in. Een echte milieubeweging kende het land daarom niet. Tot
voor kort. Want wie denkt dat walvisvaart de belangrijkste bedreiging van de IJslandse natuur is,
heeft het mis. Het afgelegen eiland, dat van oudsher behalve vis weinig exporteert, maakt dankbaar
gebruik van de gelegenheid die Kyoto biedt. Het biedt energie-intensieve industrie lage
energieprijzen, lage bedrijfsbelasting en weinig milieuregelgeving. Aluminiumproducenten als
Alcoa, Alcan-Rio Tinto en Norsk Hydro, grootverbruikers, willen hun smelters graag naar IJsland
verplaatsen. Dat brengt hun kosten en CO2-uitstoot aanzienlijk omlaag. Zoveel energie is er echter
niet. Het IJslandse ministerie van Industrie publiceerde daarom in 2003 ‘fase 1’ van een ‘intended
masterplan’ voor geothermische en hydro-elektrische energie (zie kaart). Een vergaand plan om
voor 2020 alle grote gletsjerrivieren af te dammen. Te beginnen met het Kárahnjúkar-
dammencomplex. En het is nog maar de vraag wat de bedoeling is na fase 1.
De drie Kárahnjúkar-dammen, een gigantisch project in twee gletsjerrivieren voor een enkele
aluminiumsmelter, zijn gelijk het meest omstreden. Greenpeace of het WNF horen we hier
nauwelijks over. Toch verdwijnt door het stuwmeer een deel van de op een na grootste wildernis
van Europa onder water (inclusief zestig watervallen), een cruciaal gebied voor rendieren en allerlei
vogelsoorten. Stroomafwaarts zullen gebieden juist verdrogen. Door het tegenhouden van slib komt
ook de planktongroei in zee in gevaar, met gevolgen voor de CO2-opslag, en voor de walvissen. En
slib, dat uiteindelijk elk stuwmeer vult, is er genoeg in het vulkanische land. Dit meer is mogelijk al
binnen een eeuw een slibvlakte.
Het ontwerp van de dam dateert al uit de jaren ‘70. Voorstanders noemden het Lang Stærsti
Draumurinn, ‘s Lands Grootste Droom. Critici spraken van het hallucinante LSD-plan. Een
nachtmerrie, megalomaan en onhaalbaar. Het plan verdween in een archiefkast, tot Kyoto de deur
weer opende. Critici stellen echter dat de uitstoot van IJsland hierdoor tot wel 60 procent kan
toenemen. Door bouwwerkzaamheden, uitstoot van de smelter, maar ook doordat, zoals sommige
onderzoeken zeggen, rottende vegetatie in stuwmeren aanzienlijke hoeveelheden methaan
produceert, twintigmaal sterker dan CO2. Maar helaas, het meer achter Kárahnjúkar liep december
2007 vol. En er volgt meer. Iets waar, voor het eerst, ook IJslanders zelf zich druk over maken.
Hongerstaking
In het dunbevolte IJsland bleek verzet moeilijk te organiseren. “Veel mensen zijn het wel met ons
eens, maar zijn bang voor een label. Je bent al snel de dorpsgek,” zegt Matilda, een activist van
Saving Iceland. Een bezorgde filmmaker, Olafur Sigardsson, toog naar het Europees Sociaal Forum
in Londen, 2004, met een oproep voor steun. Daaruit ontstond Saving Iceland (SI), een campagne
met vrienden binnen EarthFirst! GroenFront! en International Rivers en Mines and Communities.
De drie zomers erna waren er IJslandse protestkampen, informatie-avonden en benefietconcerten.
SI organiseerde vorig jaar zelfs een conferentie over dammen en industrie met allerlei
wetenschappers en activisten. Toch hielp dit weinig. Waarom? Matilda: “IJslanders zitten in een
overgangsperiode. IJsland heeft lage werkloosheid en ontwikkelt zich snel, maar de vrees voor
armoede is nog heel sterk. De overheid kan de bevolking gemakkelijk manipuleren met
economische argumenten.” Bovendien, stelt Matilda, is IJsland trots. Het is pas kort geleden
onafhankelijk geworden (in ‘44 van Denemarken, red.), daarom is er weinig bereidheid te luisteren
naar andere landen, of activisten. Maar, zo vertellen Matilda van SI en Jaap Krater van GroenFront!,
dat is zeker niet alles.
De kleine schaal van het eiland, met slechts 300 duizend inwoners, zorgt onvermijdelijk voor
belangenverstrengeling. In de jaren ‘70 en ‘80 hadden twee concurrerende groepen families zoveel
macht, dat er plaatselijk werd gesproken van de ‘Octopus’ en de (kleinere) ‘Inktvis’. Die dagen zijn
wellicht voorbij, maar zuiver is de IJslandse politiek niet. Toen een journaliste van The Guardian
wilde spreken met de toenmalige milieuminister Siv Fridleifsdottir, werd ze doorverwezen naar de
‘overheidsexpert’ op het gebied van de Karahnjukar-dam: Sigurdur Arnalds. Hij, echter, is hoofd PR
van Landsvirkjun, het elektriciteitsbedrijf dat de dam exploiteert.
De betrokkenen hebben dus geen hoge pet op van IJslands’ democratisch gehalte. Argumenten voor
de industrialisering blijken overtrokken: banen gaan naar goedkope, slecht behandelde buitenlandse
arbeiders, en de IJslandse centrale bank waarschuwt dat de IJslandse economie, door alle ‘gunstige’
investeringsvoorwaarden voor multinationals, er misschien nooit van zal profiteren. Ook met het
milieu wordt gesjoemeld. De eerste gegadigde voor de energie van de Karahnjukar-dam,
aluminiumproducent Norsk Hydro, trok zich terug dankzij Friends of the Earth Noorwegen.
Aluminum Company of America (Alcoa) wilde wel. Maar het nationale planbureau keurde in 2001
Karahnjukar af vanwege onomkeerbare milieuschade. Maanden later keurde het ministerie van
milieu het project toch goed. Milieuminister Fridleifsdottir werd berucht door haar opmerking: “Dat
iets beschermd gebied is, betekent niet zomaar dat het voor altijd beschermd blijft.”
Naar geoloog Grimur Björnsson, bezorgd over de veiligheid, werd ook niet geluisterd. Hetzelfde
type dam in Brazilië vertoonde in 2006, slechts enkele maanden in gebruik, al scheuren. De
IJslandse dam staat bovendien op een breuklijnencluster. Zijn onderzoeksrapport werd door de
overheid pas openbaar gemaakt na de beslissende stemronde in het Parlement. Ragnhildur
Sigurðardottir schreef een Milieu Effect Rapportage voor een andere dam, in de Thjorsaver
wetlands, en voorzag significante milieuschade. De autoriteiten, haar opdrachtgevers, veranderden
dit in ‘niet significant’ en weigerden haar te betalen. Ragnhildur stapte er zelfs voor naar de rechter.
Volgens Matilda van SI vindt zij door haar reputatie nu moeilijk werk bij de overheid. Ook
activisten ondervinden moeilijkheden: ID-controles, ongeoorloofde paspoortinname, buitenlanders
worden bedreigd met uitzetting en een Engelse activiste kreeg acht dagen isoleercel voor het
negeren van een politiebevel. In ‘o6 sloot men zelfs dagenlang een actiekamp af zonder voedsel
door te laten. En, zegt SI, de IJslandse pers bereiken deze berichten niet. Mensen die zich nu
uitspreken zijn onafhankelijken: radicale jongeren, intellectuelen, wetenschappers en beroemdheden
– zoals de band Sigur Ros en popster Björk, wiens moeder zelfs weken in hongerstaking ging.
Lokale zaak
“Dat de eerste dam er ligt, is niet verbazingwekkend,” zegt Jaap Krater. “De enige IJslandse NGO,
Icelandic Nature Conservation Association (INCA), weigert onze directe acties te steunen en
internationaal was er nauwelijks belangstelling.” Sterker nog, Saving Iceland verwijt de
Amerikaanse afdeling van het Wereld Natuurfonds, die INCA voor de helft financiert, een smerige
rol te spelen. WNF VS heeft een Corporate Club met welwillende bedrijven die jaarlijks een
miljoen dollar of meer doneren. Alcoa, vreemd genoeg, hoort daarbij. Kathryn Fuller, directeur van
Alcoa, was echter tegelijk president van WNF VS. Haar argument was, dat zij nu van binnenuit
zaken kon sturen, hoewel WNF VS geen campagne startte en Fuller ook weigerde tegen Alcoa’s
deelname aan Karahnjukar te stemmen, Tot grote, publieke woede van WNF International en een
aantal Britse NGO’s. Maar actie van het WNF bleef uit.
Opvallend genoeg komt Wade Hughes, de PR-man van Alcoa, bij Greenpeace vandaan. Greenpeace
heeft op zijn beurt laten weten wel tegen de dammen te zijn, maar het een “lokale zaak” te vinden.
Krater verklaart de stilte als volgt: “Greenpeace wil er vooral voor zorgen dat de walvisvaart niet
opnieuw begint. Dat is nu eenmaal hun core business. Dit getuigt van een verwrongen visie op
ecologische problematiek.” Niet alleen omdat de hele voedselketen verstoord wordt, maar ook
gezien het feit dat Alcoa een smelter wil bouwen bij het plaatsje Husavik, de Europese ‘hoofdstad’
van het walvistoerisme.
Hoe nu verder? Er zit langzaam beweging in de zaak. “Er is inmiddels een aantal projecten
afgeblazen,” zegt Krater “waaronder de Thjorsaver dam – zonder hulp van NGO’s. En door onze
buitenlandse acties kwam IJsland slecht in het nieuws. Daar hebben ze een grote hekel aan.”
Nieuwe projecten worden steeds onzekerder. De IJslandse centrale bank raadde onlangs
terugtrekking uit de industriële projecten aan, om de opkomende inflatie en recessie te keren.
Landsvirkjun wil mogelijk niet nog meer energie leveren aan enkele aluminiumproducenten. Wel
zijn er plannen om de energie te gebruiken voor de computerindustrie. Maar Saving Iceland houdt
niet op. Matilde: “In juli organiseren we weer een actiekamp, ditmaal met een alternatief
kunstfestival. We willen mensen tot zinnen brengen en steeds creatiever vechten tegen deze
waanzin.”
GROTE DAMMEN VERNIETIGEND VOOR KLIMAAT
Jaap Krater
in Trouw, 21-1-2006
WORDEN STUWDAMMEN DE NIEUWE POORTEN VAN MORDOR?
Susan DeMuth
The Guardian Weekend
November 2003
IJSLAND SMELT VOOR ALUMINIUM
Door Leopold Broers en An-Katrien Lecluyse
Mondiaal Magazine
Mei 2006
IJsland is een ecologisch paradijs, maar wetenschappers, milieuverenigingen en activisten vrezen dat daar snel een einde aan komt. Oorzaak van die ongerustheid is een dammenproject dat helemaal in dienst staat van de Amerikaanse aluminiumgigant Alcoa. Waarom gaat een uitzonderlijk groen en welvarend land in zee met een van de meest vervuilende industrieen? Leo Broers en An-Katrien Lecluyse trokken warm ingeduffeld naar het hoge noorden. Ze spraken er met gestrande walvissen en enthousiaste consumenten…
]]>
Enige jaren geleden verbleef ik een maand in de vallei van de Narmada rivier, bij tribale activisten die zich al tientallen jaren verzetten tegen de Sardar Sarovar dam in midden India (Trouw, 17 januari 2007). De oorspronkelijke bevolking, de adivasis, zijn wanhopig. In hun door Gandhi geïnspireerde strijd proberen ze zich soms zelfs te verdrinken, wanneer hun dorpen onder water komen te staan. Liever dat dan gedwongen verhuizen van de vallei naar de tinnen huisjes op onvruchtbare grond. Land dat niemand anders wil, de enige grond beschikbaar in het dichtbevolkte India. De gedwongen verhuizing naar deze reservaten, in het kader van ‘vooruitgang’, is vergelijkbaar met de geschiedenis van Amerikaanse Indianen of de Aborigines in Australië. De gevolgen van grote dammen: culturen sterven en er blijft niet veel meer over dan alcoholisme, depressie en geweld.
Een ander dramatisch voorbeeld is de ontheemding van de Chakma in Bangladesh door de Kaptai dam. Veertigduizend Chakma vluchtten naar India, maar kregen geen legale status. Gewelddadige conflicten over land hebben vervolgens 10.000 levens gekost.
Grote dammen hebben geen zuiver blazoen. De onafhankelijke Wereld Commissie voor Dammen (WCD), bestaande uit experts, tegenstanders én industrie, moest de feiten boven water halen. De WCD schatte in 2000 dat wereldwijd 40-80 miljoen mensen zijn ontheemd. Een recenter rapport door de Universiteit van Yale schat dat in India alleen al 21 tot 40 miljoen mensen gedwongen moesten verhuizen. Het merendeel van de dammen werd gebouwd voor irrigatie, maar het geïrrigeerde landbouwareaal nam toe met slechts 1%. Meer dan de helft van de dammen haalt, zo stelt de Wereldbank, de economische doelstellingen niet. Aanzienlijke kostenoverschrijdingen zijn meer regel dan uitzondering en hebben fors bijgedragen aan de staatsschuld van sommige ontwikkelingslanden, vooral in Zuid-Amerika.
Ook de ecologische consequenties van grote dammen zijn bar. Ze hebben geleid tot significant en onomkeerbaar verlies van soorten, land- en waterecosystemen. Door aantasting van grote riviersystemen is meer dan een derde van de soorten zoetwatervissen uitgestorven of bedreigd.
Dit heeft ook grote economische gevolgen. Zo leidde het indammen van de Colombia in het westen van de VS er toe, dat de Amerikaanse regering elk jaar 435 miljoen dollar uit moest geven aan maatregelen om visserij in het Colombia bassin in stand te houden. Ondanks deze enorme uitgaven is een groot deel van de wilde zalmsoorten er alsnog uitgestorven.
Ondanks deze sociale en ecologische gevolgen kunnen stuwdammen toch op sympathie rekenen; het zou immers gaan om schone energie. Nu is ook dat niet meer evident. Wanneer een reservoir volstroomt, gaat de oorspronkelijke vegetatie rotten. De methaan die ontstaat, ontsnapt wanneer het water door de turbines onder druk naar buiten stroomt. Het met de seizoenen wisselend peil van het water zorgt voor aanvoer van verse vegetatie. Een reservoir werkt, vooral in de tropen, als een grote motor die koolstof omzet in methaan, een broeikasgas 21 keer zo sterk als CO2. Voorheen werd de emissie van dit gas bij dammen niet gemodelleerd. Het National Institute for Research in the Amazon stelt dat, dankzij die methaanmotor, de dammen per megawatt 3 tot 54 keer meer broeikasgassen uitstoten dan gascentrales.
Ook indirect leiden stuwdammen tot klimaatverandering. Brazilië wil nieuwe megadammen aanleggen om elektriciteit te leveren aan de aluminiumindustrie. Die sector is een grote boosdoener op klimaatgebied, vanwege uitstoot bij elektrolyse van bauxiet. IJsland, dat binnen Kyoto veel ruimte heeft voor extra emissies, bouwt voor aluminium de 190 meter hoge Karahnjukar dam: de eerste van een reeks stuwdammen die, wanneer voltooid, het grootste natuurgebied van Europa onder water zullen zetten.
Net als Sardar Sarovar in India is Karahnukar fel bestreden door activisten. In beide landen zien de machthebbers stuwdammen als een noodzakelijke stap in de vaart der volkeren. Zowel Indiërs als IJslanders hebben er een hekel aan om als achtergesteld te worden gezien. Maar inmiddels is het, gezien de gevolgen voor het klimaat, in ieders belang om duidelijk te maken dat niet de argumenten van de tegenstanders, maar de dammen zelf achterhaald zijn.
Jaap Krater
in Trouw, 21-1-2006
]]>Omstreden dammenproject in ecologisch paradijs
IJsland is een ecologisch paradijs, maar wetenschappers, milieuverenigingen en activisten vrezen dat daar snel een einde aan komt. Oorzaak van die ongerustheid is een dammenproject dat helemaal in dienst staat van de Amerikaanse aluminiumgigant Alcoa. Waarom gaat een uitzonderlijk groen en welvarend land in zee met een van de meest vervuilende industrieën? Leo Broers en An-Katrien Lecluyse trokken warm ingeduffeld naar het hoge noorden. Ze spraken er met gestrande walvissen en enthousiaste consumenten.
De zon schijnt op de sneeuwwitte Vatnajökull, Europa’s grootste gletsjer. Vanuit het sportvliegtuigje van Ómar Ragnarsson lijkt het oostelijke hoogland van IJsland nog ongerepter dan op de begane grond. Ragnarsson is een 65-jarige journalist bij de IJslandse openbare omroep. Hij koestert een grote liefde voor de bevroren schoonheid die onder ons voorbijschuift. Met de gletsjer achter ons, vliegen we laag over ijskoude watervallen, hete zwaveldampen en het kolkende water van de Jökulsá á Dal, een van de gletsjerrivieren die verderop wordt ingedamd. ‘We vliegen 130 meter onder water’, grapt de piloot, waarmee hij verwijst naar de toekomst van dit sprookjesachtige decor als de dammen eenmaal afgewerkt zullen zijn en het gebied onder water komt te staan. Vóór ons rijst de berg Kárahnjúkar op. Tegen deze majestueuze berg wordt de hoofddam gebouwd. Oranje mannetjes lopen als mieren op de steile besneeuwde helling van het reusachtige, prismavormige bouwwerk van 730 meter lang en 193 meter hoog. ‘Nu kan het koud worden’, waarschuwt Ragnarsson. Hij opent zijn raampje en begint de werken te filmen. Toen Ragnarsson bij de openbare omroep een voorstel indiende voor een documentaire over het damproject rond de Kárahnjúkar, werd hem alle medewerking geweigerd. Maar hij beschouwde het als zijn journalistieke plicht de streek in beeld te brengen vooraleer die voorgoed verdwijnt, dus verkocht hij zijn woning en jeep, en financierde zijn film In Memoriam? zelf. Het toestel vliegt nu zonder besturing, recht op de Kárahnjúkar af. Net voor de ramp legt hij zijn camera opzij en maakt een duikvlucht aan de andere kant van de dam, in de 200 meter diepe Dimmugljufur, de Donkere Kloof. Tot aan de dam zal deze majestueuze kloof, al het watergeweld, de fauna en flora voorgoed onder water verdwijnen.
IJsland in een Groen Land
De ruwe schets van het Kárahnjúkarproject bestond reeds in de jaren zeventig. Toen sprak men over ‘s Lands Grootste Droom, Lang Stærsti Draumurinn, door critici ook wel het hallucinante LSD-plan genoemd. In de jaren negentig werd die dagdroom of nachtmerrie opnieuw bovengehaald om energie-intensieve bedrijven te overtuigen in IJsland te komen investeren. Vandaag heeft IJsland het “voordeel” dat het, volgens de afspraken van het Kyoto-protocol, nog tien procent meer CO2 mag uitstoten dan in 1990. Een omstreden rapport van het ministerie van Industrie stelde extreem lage energieprijzen, lage bedrijfsbelasting en minimale milieuregelgeving in het vooruitzicht van potentiële investeerders. Eerst was Norsk Hydro kandidaat om in deze fjord een aluminiumsmelter te bouwen, maar onder druk van Friends of the Earth in Noorwegen werd de operatie afgeblazen. De ecologische kost was te hoog. In een mum van tijd vond de regering een nieuwe partner: Aluminum Company of America (Alcoa), dat bezweek voor de extreem lage energieprijs. Het nationaal planbureau, dat het Kárahnjúkar-voorstel moest beoordelen, verwierp in augustus 2001 het project als enige van de 120 hydroprojecten die op tafel lagen, op grond van onomkeerbare negatieve impact op het milieu. Vier maanden later keurde de minister van Milieu de plannen toch goed. Ook in het parlement stemde uiteindelijk een overweldigende meerderheid voor. Toen in maart 2003, net voor de verkiezingen, een deel van de Donkere Kloof gedynamiteerd werd -live te volgen op de nationale televisie- was de boodschap voor iedereen duidelijk: hierover zou niet meer gedebatteerd worden. De constructie van de negen dammen kon van start gaan. Zij zullen drie reservoirs doen ontstaan met een totale oppervlakte van 67 vierkante kilometer. Via een 70 kilometer lang netwerk van tunnels zal het water van de stuwmeren dwars door de bergen naar de elektriciteitscentrale 400 meter lager geleid worden. Daar zal vanaf april 2007 jaarlijks 690 megawatt opgewekt worden.
IJsland produceert meer elektriciteitsproductie per inwoner dan elk ander land en heeft dus geen nood aan dit stuwmerenproject om in de eigen energiebehoefte te voorzien. De elektriciteit uit het Kárahnjúkarproject zal integraal verkocht worden aan Alcoa, dat aan de IJslandse oostkust een nieuwe smelter bouwt. Alcoa kan zijn energieverslindende fabriek niet alleen op uitzonderlijk goedkope energie laten draaien, het bedrijf krijgt er bovendien een groen imago bij cadeau. Thorsteinn Hilmarsson, woordvoerder van het nationaal energiebedrijf Landsvirkjun, bevestigt dat: ‘Vanuit mondiaal perspectief kan je beter aluminium produceren in IJsland, met hernieuwbare groene energie, dan in Texas of Australië waar nog steeds steenkool gebruikt wordt. Door in IJsland energie-intensieve industrie aan te trekken zal de uitstoot van broeikasgassen mondiaal afnemen.’ Dat is dus mooi meegenomen, want Alcoa streeft ernaar om tegen 2010 een kwart minder broeikasgassen uit te stoten dan in referentiejaar 1990. Erna Indriðadóttir, verantwoordelijk voor de relatie tussen Alcoa en de plaatselijke gemeenschap in Reyðarfjörður, de oostelijke fjord waar de aluminiumgigant zich vestigt, hamert op hetzelfde groene nageltje: ‘Alcoa is zeer bezorgd om de natuur en behaalt wereldwijd prijzen voor uitmuntend milieubeleid. De nieuwe smelter zal de meest geavanceerde technologie gebruiken, en daarmee wordt hij de modernste van de wereld.’ Ze toont de brochure waarmee Alcoa de mensen van de regio informeert. Daarin wordt uitgelegd hoe bauxiet wordt verwerkt tot aluminium, waarbij enkel een grote stoomwolk vrijkomt. De brochure zwijgt over de 80 ton waterstoffluoride en de bijna 4000 ton zwaveldioxide die jaarlijks door de 100 meter lange schoorsteen de lucht in gaat, en ze vermeldt niet dat Alcoa in Reyðarfjörður twaalfmaal meer zwaveldioxide zal uitstoten dan de Wereldbank aanvaardbaar vindt.
De gestrande walvis
Alcoa wordt in Reyðarfjörður in elk geval met open armen ontvangen. Zelfs in het taalgebruik is de multinational binnengeslopen. ‘Vroeger sprak men over een “gestrande walvis” als men het over een onverwachte meevaller had, nu spreekt men over een “smelter”, zegt Andri Snær Magnason, een jonge IJslandse schrijver.
‘De komst van Alcoa is het beste wat ons kon overkomen’, vertelt een inwoonster van Egilsstaðir, het dienstenstadje in het oosten. ‘We hebben nu zelfs een Bonus!’, waarmee ze verwijst naar de nieuwe supermarkt, waar veel producten een stuk goedkoper zijn. Villa’s en appartementsgebouwen rijzen in net aangelegde woonwijken als paddenstoelen uit de grond, er is een splinternieuw winkelcentrum en het stadje waant zich een metropool. Thorsteinn Bergsson, een nuchtere boer uit het oosten is niet onder de indruk: ‘Er waren in de hele fjord maar drie werklozen geregistreerd, al klopt het dat veel mensen wegtrokken uit Reyðarfjörður, zoals uit alle rurale regio’s van IJsland. Maar wil dat zeggen dat er in elke uithoek van het land een dam en smelter moet komen? De vraag is waarom er een aluminiumsmelter moet komen? Voor de productie van nog meer bierblikjes, auto’s en vliegtuigen. Voor surplus. We zouden beter ons consumptiepatroon aanpassen. Aluminiumproductie vraagt zoveel energie dat smelters verdwijnen uit landen die een redelijke energieprijs vragen. Alcoa versluist zijn productie van Europa en Amerika naar Venezuela, Trinidad & Tobago en andere derdewereldlanden. IJsland hoort niet thuis in dit rijtje.’
Bergsson lijkt echter een roepende in de ijswoestijn. De beloofde jobcreatie en de bloei van het oosten blijven de meeste inwoners van de regio charmeren, ook al is de realiteit zichtbaar minder rooskleurig dan de beloftes van de overheid en de multinational. Aanvankelijk werd bijvoorbeeld gezegd dat 85 procent van de jobs voor de constructie van de dam naar IJslanders zou gaan. Maar Impregilo, het Italiaanse constructiebedrijf dat de werken uitvoert, rekruteerde zijn arbeiders vooral in lagelonenlanden en ronselde een legertje Chinezen voor de klus. Uiteindelijk wordt maar 15 procent van het werk door IJslanders uitgevoerd. Eens de constructiewerken voltooid zijn, zullen er een vierhonderdtal mensen aan de slag kunnen in de aluminiumsmelter. Men verwacht dat de helft van deze vacatures door Poolse arbeiders ingevuld zal worden. Daarnaast zal de komst van Alcoa wellicht nog eens driehonderd indirecte jobs creëren in de regio.
Vakbondsleider Guðmundur Gunarsson, beter gekend als de vader van popidool Björk, is bijzonder scherp over de ervaringen tot nu: ‘Impregilo is de maffia. Niet voor niets kiest Berlusconi dit bedrijf om de brug naar Sicilië te bouwen. Op alle mogelijke manieren probeerden ze hier uitgaven te drukken ten koste van de veiligheid en het welzijn van de arbeiders. Turken en Roemenen werkten aanvankelijk voor 100 euro per maand, overuren werden niet betaald. Aangepaste kledij was niet voorzien. Chinese arbeiders staken krantenpapier onder hun werkkledij tegen de kou.’ Op foto’s toont Gunnarsson in welke omstandigheden de arbeiders gehuisvest werden: binnen in de hutjes lagen pakken sneeuw. ‘Na veel onderhandelen heeft Impregilo deze malafiede aanpak aangepast.’ Toch vreest Gunnarsson dat door de komst van Impregilo ook de IJslandse lonen in het gedrang komen, omdat binnenlandse bedrijven deze praktijken wel eens zouden kunnen overnemen.
Toekomstmuziek
‘Dit wordt de grootste blunder in de geschiedenis van IJsland’, zegt Sveinn Aðalsteinsson, economist. Hij is een van de mensen die vinden dat een overheidsinvestering van ruim 1,3 miljard euro een te grote kost is voor de creatie van een paar honderd jobs. ‘Het is glashelder dat deze beslissing niets met economie, maar alles met politiek te maken heeft. Als de IJslandse regering niet borg zou staan voor het project, zou geen enkele bank met de nodige leningen over de brug komen.’ Aðalsteinsson, die de werken in het hoogland nauwkeurig opvolgt, vreest overigens dat de kosten van de hele operatie stevig onderschat zijn: ‘Bij de tunnelwerken stuit men op holtes die bij gebrek aan voorstudies niet in kaart gebracht waren. Eerst moeten die met beton gevuld worden vooraleer de ruim 100 meter lange boormachines verder kunnen oprukken. Zelfs het inzetten van een derde boormachine voorkomt niet dat het project in tijdsnood geraakt en de kosten torenhoog oplopen.’
Thorsteinn Hilmarsson van het nationaal energiebedrijf Landsvirkjun geeft toe dat het project zich niet meer vertragingen kan permitteren, maar beweert dat alles desondanks binnen het budget zal verlopen. Toch wijzen onafhankelijke studies er op dat de dam nooit winstgevend zal zijn. Bovendien waarschuwt de OESO IJsland voor de oververhitting van de economie als gevolg van de grote investeringen in de aluminiumsector. De IJslandse kroon is al fors gestegen, waardoor de uitvoer van vis, het belangrijkste exportproduct, in het gedrang komt. Wanneer de rentevoet stijgt, de aluminiumprijs daalt en de IJslandse kroon sterk blijft -wat economen allemaal verwachten- dan zal het project zwaar verlieslatend zijn. Met als gevolg dat Landsvirkjun, dus de IJslandse belastingbetaler, uiteindelijk Alcoa zal subsidiëren voor zijn aluminiumproductie.
Onder het motto A Power Gig for Nature, organiseerde de organisatie Hætta Hópurinn in januari een concert met IJslands bekendste popsterren, waaronder Björk en Sigur Ros. Voor een uitverkocht stadium in Reykjavik verspreidden ze een krachtige boodschap: dat de IJslandse natuur veel te waardevol is om opgeofferd te worden aan nog meer vervuilende industrie.
Vanaf september zullen de gletsjerrivieren het Kárahnjúkar gebied onherroepelijk onder water zetten. Veel IJslandse en buitenlandse pelgrims zullen tijdens de zomermaanden naar het hoogland trekken om een laatste glimp op te vangen van het gebied alvorens het voorgoed onder het stuwmeer verdwijnt. Olafur Pall Sigurðsson en Birgitta Jónsdóttir, de kern van het verzet tegen dit project, zullen niet met lede ogen toekijken. Zij geloven dat het tij nog gekeerd kan worden en roepen iedereen op om deze zomer massaal naar het IJslandse hoogland te komen. In een verzetskamp in de schaduw van de berg Kárahnjúkar willen ze samen met theatergezelschappen, muzikanten, andere kunstenaars en gelijkgezinden gerichte acties ondernemen om de ‘ecovandalen’ alsnog te stoppen.
Ondertussen gaat de regering, samen met Landsvirkjun, onverwoed verder met het exploreren van nieuwe mogelijkheden en het aantrekken van nog meer energie-intensieve projecten. Het Canadese Alcan en Century Aluminum zullen in Straumsvík en in Grundartangi hun reeds bestaande aluminiumsmelter fors uitbreiden. Alcoa heeft aangekondigd om tegen 2010 nog een smelter met een jaarlijkse capaciteit van 250.000 ton te openen te Húsavík in het noorden van IJsland. Meer en meer stemt IJsland zijn toekomst af op aluminium, ook al dreigt het land zijn welvaart daardoor wel zeer afhankelijk te maken van één product.
MO*33, mei 2006, www.mo.be
Reageer op dit artikel via info at mo.be
]]>In ijsland is men de werkzaamheden gestart aan een kollosaal damcomplex, dat eenmaal in gebruik vanaf 2007, een hooglandse wildernis zal overspoelen, en dit alles om een amerikaanse aluminiumsmelterij van stroom te voorzien. Milieuactivisten zijn woedend, maar de overheid lijkt erop gebrand het project door te drijven, kosten wat kost.
Ten noorden van Vatnajokull, Europa’s grootste gletcher, ligt ijslands meest fascinerend en varierend vulkanisch landschap. Ijs en kokende geothermische inferno’s ontmoeten elkaar aan de randen van de gletcher en dan begint het grootste overblijvende ongerepte stuk wildernis in west europa. Een panorama van wilde rivieren, watervallen, bergen en mossige hooglanden bezaaid met bloemen. Tegen 2006 als de Karahnjukardam is afgewerkt zal een groot deel van deze wildernis verdwijnen onder 150 meter water. Het werk is reeds begonnen aan dit megaproject, ontworpen om slechts 1 alluminium smelter, gebouwd door US multinational Alcoa, van energie te voorzien. Milieuactiviesten in ijsland en daar buiten, keken ernaar in ongeloof hoe het project doorgaat, het ene na het andere obstakel ontwijkend. Gedreven door een overheid die erop gebrand is het project door te voeren, wat het ook mogen kosten aan natuur en economie.
De honderd negentig meter hoge, 730 meter brede hoofddam, twee smallere zijdammen en 53 km tunnels zullen betaald worden door landsvirkjun, de nationale energiebedrijf, deels eigendom van de ijslandse overheid, de stad Reykjavic en het stadje Akureyri. De hoofddam zal een enorm reservoir creeren, dat men Halslon zal noemen. Deze zal een gebied van 57 km² hoogland onder water zetten, voor het tot over de gletcher zelf uitstrekt. De bekomen hydro-electriciteit is voor de komende 50 jaar aan Alcoa verkocht, die twee smelters in Amerika sluit en naar ijsland verplaatst als besparingsmaatregel.
In augustus 2001, wees het ijslands nationaal planningsburo het project af op grond van substantiele, onomkeerbare negatieve impact op de omgeving. Van de 120 voorgestelde hydro-projecten, is karahnjukar het enige waarover zij een negatief advies gaven. Juist vier maanden later, heeft de minister van leefmilieu deze uitspraak aan de kant geschoven, op een manier die een reeks van rechtzaken en grote bezorgdheid om de natuur en de democratie in Ijsland te weeg bracht. Eerder dit jaar, brachten advokaat Atli Gislasson en een groep van 26 burgers apparte zaken voor het ijslandse hoog gerechtshof, en voor de Efta ( European Free Trade Association) survaillance authority, om het tekort aan transparantie van de overheid en de beslissing van de minister aan te klagen.
De beroemde Dimmugljufur kloof zal gedeeltelijk vernield worden door de dammen. Het zuidelijke deel is reeds vernield en de noordelijke strook, uitgesleten door de rivier, zal droog komen te staan. De dynamitering van de kloof is begonnen in maart 2003, enkele maanden voor de uiteindelijke financiering voltooid was. En het werd op de nationale televisie als een propaganda-stunt uitgezonden. Het waren verkiezingen op 10 mei en de overheid wilde niet dat karahnjukar een thema werd. De boodschap was: “dit is iets wat je niet kunt stoppen”. Ook de saudarfoss, een adembenemende waterval is een van de 60 die verloren zal gaan. In 2003 ontdekte een landbouwer overblijfselen waar veel van de harafnkel’s legende afspeelt, één van de klassiekers in de ijslandse literatuur. Archeologen beschouwden dit als een zeer belangrijke vondst. Kristalzuiver water komt hier in de zillte grijze stroom Jokulsa a dal, de gletcher rivier dat de hoofdam van kracht zal voorzien en vanaf daar begint 1 van de grootste continu begroeide gebieden in de hooglanden.
Dit is van de belangrijkste gebieden voor de rendieren. Duizenden rosevoet ganzen grazen in dit hoogland dat een beschermd broedgebied is. Het is ook het favoriete jachtterein van de sneeuwuil, ptarmigan (een soort hoender) en de giervalk. Bloedrode rotskloven vivid als rauwe steak, gaan over in pikzwarte levenloze afgronden. Uitgeschuurd door schuivende gletchers en gevoelig aan atmosfeersveranderingen, zijn de formaties een weergave van 10 duizenden jaren geologische en klimatologische veranderingen. Ze zijn uniek in de wereld, en van enorm belang voor wetenschappers die onder andere het broeikas effect bestuderen. Specialisten vrezen dat er geen tijd is om zelfs maar enkele van hun geheimen te ontfutselen.
De gevolgen voor het milieu zijn zeker niet beperkt tot de oevers van Halson en onbevolkte gebieden. In de zomer, als het water laag is, waaien sterke oostelijke winden slib op aan de randen van het reservoir, blazen stofstormen over de hooglanden naar de boerderijen in het oosten. Het hydro-project zal ook de Jokulsa a Dal omleiden aan de hoofddam, om de rivier door tunnels te stuwen in de traag vloeiende jokulsa if fljotsdal, die ijslands grootste meer lagar flujot voedt. Het kalme zilveren oppervlak van deze toeristische attractie, zal modderig turbulent en onbevaarbaar worden.
In de delta van Herardsfloi, de thuis van een belangrijke populatie meeuwen voorkomt de zware slibafzetting van Jokusla a Dal dat de zee het land inneemt. Op het moment dat het slib vastzit bij de nieuwe dam zullen velden overspoeld worden en twee gevestigde boerderijen waaronder een eco-toerisme centrum zullen vernield worden.
De meest alarmerende ontwikkeling voor natuurbeschermers is de vernieling van een officieel beschermd gebied. Eén derde van het gebied aan de voet van de gletcher zal wegzinken. De minister van milieu zegt dat in haar visie beschermd gebied niet altijd betekend voor altijd beschermd. Landsvikjun’s managing directeur steunt haar beslissing en zegt dat de regering het recht heeft om een menselijke beslissing te veranderen.
Vele mensen vrezen dat deze verklaringen ervoor zorgen dat deze hydropower projecten niet meer bespreekbaar zijn. Een voorbeeld is Dettifoss, de meest krachtige waterval in Europa, officieel beschermd en één van ijsland grootste toeristische attracties. Proffessor Gisli Mar Gisalson die deelnamen aan een denktank van de regering over energie projecten zegt hierop dat het grootste deel van het jaar het water van de waterval zal afgesloten zijn, maar in het toeristisch seizoen zullen ze het water laten doorstromen.
Gislason gelooft dat de gebrandheid van de regering om dit project te starten strategisch was. Het was het meest controversiële hydro energie plan op de tafel. De redenering was dat als ze de Karahnjukardam erdoor konden pushen, dat al de andere plannen geen probleen meer zouden vormen. Het gebeurd nu reeds al: in september, wees de minister van industrie een rapport af over de impact van het project op de waarde van de natuur en gaf het startsignaal voor een project op de Thjorsa rivier dat een gedeelte van het beschermde gebied zal overspoelen. Een project dat reeds was afgekeurd door de lokale autoriteit.
Ijsland is klein met z’n 290.000 inwoners en enkel 63 palementsleden. Een hanvol personen en families onder de mensen gekend als ‘De octopus’ oefenen buitenproportionele macht en invloed uit. Schrijver en sociaal commentator Bergsson zegt: Ijslans is uniek in het feit dat 80 procent van de bevolking tot de middenklasse behoort… De gemakkelijkste controleerbare klasse, want zij hebben het meest te verliezen.
Er zijn een paar grote gebaren gedaan door enkele individuen. In de zomer van 2003 greep de dichtster en activiste Elizabeth Jokulsdottir de microfoon gedurende een lijnvlucht en gaf de passagiers een gepassioneerde lezing over het damproject. Ook Bjoek droeg haar steentje bij en ging in hongerstaking. Er is echter een gebrek aan samenwerking en strategie als het komt tot ruimer protest. Een kleine plaatselijke beweging houd regelmatig ‘speak-outs’ en demonstraties in Reykjavik de hoofdstad waar tot 1000 mensen aan deelnemen. Maar ijslanders zijn vriendelijk en vredelievend (Ijsland heeft geen leger). De activisten hier zouden heel moeilijk een campagne organiseren op het nivau van de acties die de bouw van de Santa Isabel dam in Brazilie tegenhielden.
Terwijl in vele delen van de ontwikkelde wereld men dammen ontmanteld, houden de mensen die Ijsland regeren vast aan een droom van een geïndustrialiseerde natie. David Oddsson, de eerste minister, en leider van de onafhankelijke partij, heeft reeds 12 jaar de macht in handen en wordt en wordt ongeveer in gelijke mate bewonderd, gevreesd en gehaat. Samen met Haldor Assgrimsson, leider van de progressieve partij, leidt hij de heersende rechtervleugel coalitie. De oppositie wordt gevormd door een centrum linkse coalitie met 20 zetels, vijf links groenen, en vier liberalen.
Hydro energie is officieel de verantwoordelijkheid van de ministers van industrie en milieu die aangesteld zijn in 1999, maar veel ijslanders twijfelen aan hun competentie, om deel te nemen in een gestaafd debat over de relevante onderwerpen. Hun CV’s zijn geruststellend, minister van industrie en handel, Valgerdur Sverrisdottir, heeft als enige referentie een diploma uit 1972 voor Engels als vreemde taal. Sif Fridleifsdottir, minister van leefmilieu, is een physiotherapeut. Geen van beide heeft ook maar enige parlementaire of andere ervaring in relatie met hun ministerportefeuilles. Toen de guardian Fridleifsdottir wou interviewen, werden ze doorverwezen naar het hoofd van de PR van Landsvirkjun, de nationale energiemaatschappy, die omschreven werd als de regerings grootste specialist ivm karahnjukar.
Fridrik Sophusson, voormalig minister van financieen in Oddsson’s kabinet en nu Landsvirkjuns directeur, deelt duidelijk de heersende honger van de elite voor megaprojecten. Nu 60 jaar, herinnert hij zich de tijden wanneer ijsland verpauperd was in er in scandinavie neerbuigend werd gesproken over ‘little iceland’. Vandaag is het een van de rijkste landen, dankzij de exploitatie van de natuurlijke bronnen, hoofdzakelijk vis, en Sophusson redeneert dat hydro-energie, een logische stap is naar economische diversiteit. Hij doet milieubeschermers af als romantici. Ijslands buren zijn niet onder de indruk, ze betreuren het democratisch verval. De zweedse Gotenburg post, beschreef ijsland onlangs als de paria onder de noordelijke staten, voor zijn rampzalig milieubeleid, wat zij de oorlog tegen het land noemen.
Het economisch pragmatisme van de overheid zou meer steek houden moesten de dammen ook echt een duurzame oplossing zijn. De hoofdzaak zouden extra jobs in de oostelijke fjords moeten zijn, maar de regio kent bijna geen werkloosheid en weinig ijslandse jongeren zouden verleid worden door de barre omstandigheden van de hooglandse bouwwerven, of van de 400 door Alcoa beloofde jobs. De twee bestaande smelters in ijsland, zijn verplicht geweest om goedkope oost-europese gastarbeiders in te voeren. De milieuschade van zowel de dammen als de smelters, leiden ongetwijfeld tot een verdere exodus. Tot december 2004 werkten er voor een groot deel portugesen in schandalige omstandigheden. Ze mochten het werkterrein niet verlaten en leven er afgezonderd in hun werkkampen. Ze hadden niet eens handschoenen en warme kousen tot hun beschikking, die gezien de barre weersomstandigheden noodzakelijk zijn. Deze arbeiders werden allen uitbetaald in land van herkomst waar de lonen een heel stuk lager liggen. Onlangs werden ze allemaal ontslaan omdat Alcao ze wil vervangen door honderden arbeiders uit China waar de lonen met een gemiddelde van 40 euro per maand voor nog goedkopere arbeidskrachten zorgen. Slavernij en uitbuiting door gevestigede multinationals in het o zo democratische Europa.
Aluminiumsmelters stoten enorme hoeveelheden broeikasgassen uit. In 2001 is het superschone ijsland erin geslaagd om 10% extra uitstoot toegestaan te krijgen op het Kyoto protocol, de grootste verhoging ter wereld. In werkelijkheid koopt Alcoa ijslands vergunning om te vervuilen, alsook hun goedkope electriciteit. Het ministerie van leefmilieu gaf Alcoa ook een vergunning om 12 kilo zwaveldioxide uit te stoten per ton geproduceerde alluminium. Dat is twaalf maal de hoeveelheid dat de wereldbank eist van moderne smelters. Die zwaveldioxide en fluoride, de meest gevaarlijke vervuilers in termen van volksgezondheid en landvervuiling, worden direct de lucht ingepompt via gigantische schoorstenen.
De lokale oppositie is beperkt. Gudmundur Beck, 53, is de eenzame stem van verzet in Reydarfjordur, de oostelijke fjord, waar de Alcoasmelter zal gebouwd worden. Hij heeft altijd al geleefd in de fjord, maar zijn boerderij zal onbruikbaar worden, eens de smelter in gebruik wordt genomen. Hij geloofd dat de lokale bevolking overwonnen werd door een propogandacampagne: Landsvirkjun heeft milioenen uitgegeven voor de PR in deze streek, vooral via de radio.
Zelfs landsvirkjun geeft toe, dat het karahnjukar project niet duurzaam is, en dat het zware slib van Jokulsa a Dal het reservoir zal vullen. De expertises zijn enkel verdeeld over hoe lang de dam operationeel zal blijven. Schattingen gaan van 50 tot 400 jaar. Maar landsvirkjun verwelkomt over het algemeen geen wetenscappelijke bevindingen die hun belangen tegenspreken. Veel geologen vrezen catastrofale vulkanische uitbarstingen en afscheuringen van de gletcher in het bassin van de dammen. Ze stellen zich ook vragen bij het bouwen en vullen van een gigantische dam op een ondergrond die verzwakt is door vulkanische scheuren. Deze bezorgdheden werden eerder dit jaar voor het parlement gebracht door wetenschappers, maar volgens het groen parlementslid, Kolbrun Halldorsdottir, werden de wetenschappers door de minister van industrie afgedaan als politiek gemotiveerd, en dat er niet naar moest geluisterd worden.
Thorsteinn Siglaugsson, een risico specialist,bereidde een onafhankelijk economisch onderzoek voor over karahnjukar voor de Icelandic Nature Conservation Agency. “Landsvirkjuns cijfers bevatten geen adequate kost en risico analyses, noch realistische inschattingen voor overstroming. Als de staat de leningen voor het project niet had gewaarborgd, zou het nooit private financiers aangetrokken hebben. Karahnjukar zal nooit winst maken, en de ijslandse belastingsbetaler zal uiteindelijk Alcoa subsidieren.
In juli regelde barclays de laatste 400 miljoen dollar lening, die landsvirkjun nodig had. Duidelijk in overtreding met de equator principes die ze nog maar een maand op voorhand hadden getekend. Deze principes vereisen ethisch milieubeleid als voorwaarde voor financiering. Barclays ontkent dat het deze vrijwillige principes aan de kant schuift, verwijzend naar een tweede mening die ze lieten opstellen door het texaanse milieu-studieburo Stone and Webster. (Stone and Websters rapport, dat was uitgelekt, concludeerde:” tegenkanten zal nog even blijven komen van een aantal ngo’s, met het risico op slechte publiciteit op korte termijn, maar dit is te verwaarlozen als het project vooruitgaat en kan gecontroleerd worden door blijvende PR aktiviteiten.)
In 2001, concludeerde de EU anti-corruptie groep GRECO dat “de nauwe verbanden tussen de regering en het bedrijfsleven (in ijsland) gelegenheid geeft tot corruptie.” En het zijn die banden die de regering in de gaten zou moeten houden. In de zomer van 2003, startte de politie een onderzoek naar een fraudezaak waarbij een cartel van 3 oliemaatschappijen kunstmatig de prijzen opdreef. De zaak bleek bijzonder genant, gezien de directeur van Shell Ijsland, een van de bedrijven die onderzocht worden, getrouwd is met de woordvoerder van de regering (en voormalig minster van justitie). De onafhankelijkheidspartij heeft uiteraard ook nauwe banden met de plaatselijke bouwindustrie, die profijt doet aan alle onderaannemingen voor de karahnjukar dam. Maar het grootste stuk van de taart – 500 miljoen dollar – gaat naar het italiaanse Impregilo, dat het contract voor de dam in de wacht sleepte, en dat zelf ook voor corruptie moet terrechtstaan in Africa.
Impregilo zit momenteel in rechtzaken verwikkeld in Lesotho, waar hun zuid afrikaanse consultant schuldig pleit voor het betalen van £225’000 aan het Lesotho Hooglands water project. Impregilo was ook een van de drie hoofdbedrijven die contracten in de wacht sleepten voor de beruchte Yacreta dam in Argentinië, die zin budget met miljarden overschreed, waar ook het ene financiele schandaal na het andere volgde. Het maakte ook deel uit van het consortium dat de Illussu dam in Turkije wou bouwen, die moest het zijn doorgegaan, 30.000 kurden dakloos zou maken en de historische site van Hasankeyf onder water zou zetten.
Als Sophusson gevraagd werd naar de corruptieschandalen van Impregilo, noemde hij de corruptiecultuur in Afrika en Azie een kost die moest gemaakt worden. Terwijl hij zich niet wilde uitspreken over de praktijken van Impregilo, was hij wel rechtvooruit over het ijslandse verleden. Toen wij twintig jaar geleden vis wouden exporteren naar Nigeria, moesten we ook smeergeld betalen, het stond zelfs vermeld op de bankafschriften. Het is een kost die we moeten betalen, al is men natuurlijk veel beter af zonder te betalen. Hij was echter zeer snel om duidelijk te stellen dat ze geen geld ontvingen van Impregilo, een vraag die niet eens gesteld was.
Impregilo was wel het enige bedrijf dat een offerte maakte, onder de geschatte kost van het project. Als er gevraagd werd of de procedures gevolgd werden, antwoordde Sophusson dat op het einde het bod van impregilo “het enige serieuze bod was dat overbleef… en dat ze daar wel een beetje gewrongen mee zaten”. Ze hebben waarschijnlijk reden om nerveus te zijn, gezien impregilo de beste advocaten uit europa betaald, en dat ze 1100 clausules in het contract werkten die allemaal de verantwoordelijkheid bij Landsvirkjun laten.
In 2003 verscheen ook een rapport Megaprojecten en risicos, van de deense econoom Bent Flyberg, die honderden megalomane projecten over heel de wereld onderzocht. Hij promoot megaprojecten op de volgende manier: “geef foute informatie aan het parlement, de bevolking in de media, om projecten goedgekeurd te krijgen met de formule van een ongezonde cocktail van onderschatte kosten, overschatte opbrengst, onderschatte impact op het milieu en overschatte positieve weerslag op de economie”.
Het is misschien te vroeg om uit te maken of Karahnjukar zo een project is, maar volgens Flyberg kunnen de voorspelde gevolgen van zulke projecten een hele nationale economie schaden. Dit is wat Thorsteinn Siglaugsson enorm bezorgd: “door de staat gesponsorde, verlieslatende industrie schaden de hele economie, dit is waarom de USSR failliet ging”. Siglaugsson vreest dat de boom tijdens de bouw van de dam zal overgaan in een recessie achteraf. Hij weet van verscheidene ijslandse producenten die reeds naar het buitenland aan het verhuizen zijn.
Polls tonen dat de ijslanders min of meer verdeeld zijn over karahnjukar, maar hoe goed zijn ze geinformeerd. De journalisten beschrijven de media als direct en indirect door de staat gecontroleerd. In augustus 2003, verloor de BBC world service zijn uitzendtijd in ijsland net voor dat de walvisvangst werd hervat na een stop van 14 jaar. Een veteraan van de ijslands televisie vertelde hoe hij in de problemen kwam toen hij de twee kanten van het verhaal over karahnjukar toonde. “Men vroeg mijn ontslag.” Om een rationele film over de dam te kunnen financieren, verkocht hij zijn appartement en zijn jeep.
Dr Ragnhildur Sigurdarsdottir, een hoog aangeschreven consultant voor milieuimpact, viel bij Landsvirkjun in ongenade nadat ze weigerde haar eigen rapport over het Thorsa hydro project te vervalsen. Na haar weigering werd het rapport toch aangepast. Ze stapte naar de pers met haar verhaal en bijna onmiddelijk ondervond ze dat alle jobs die ze nog had geschrapt werden. Landsvirkjun ontkent de aanteigingen.
De ‘blauwe hand’ is een dialect woord voor de schimmige invloed die de rijke ijslandse klasse heeft over het individu. Mythe of realiteit, het is een effectieve macht, die zorgt voor censuur en subtiele strategie. Professor Gislason houdt vol dat Sophusson hem verschillende malen getelefoneerd heeft met de vraag zijn ruim gepubliceerde tegenkanting tegen de dam te herzien.
Het ijslands natuurbeheers agentschap, samen met het internationaal rivieren netwerk, hebben een zeer informatieve brochure gepubliceerd over karahnjukar, waarvoor ze verscheidene onafhankelijke studies vroegen. Het resultaat was een coalitie van 120 NGO’s (ao. Wwf en friends of the earth) die in juni 2003 actief protesteerden tegen het project. De ijslandse regering heeft echter weinig oor naar de mening van de wereld, wat ook wordt aangetoond door de hervatting van de walvisvangst. Nochthans is toerisme de snelst groeiende sector in ijsland en is export van vis de grootste, twee sectoren die zeer hard getroffen zouden kunnen worden door een internationale boycot, zoals tijdens het hervatten van walvisvangst tijdens de jaren ’80. Nu reeds spreekt de toeristische sector van honderden, zoniet duizenden toeristen die afzeggen door de controverse rond de walvisvangst. 80% van de toeristen in ijsland komen af op wat de overheid “de uitgestrekte en ongerepte natuur noemt”. Eigenlijk is die natuur wereld erfgoed en is de megalomane vernietiging van karahnjukar en andere delen van ijsland veel te weinig bekend.
De dichter Jokulsdottir beschrijft het als “ een handje vol mensen die hun destructieve dromen opdringen aan een natie die half slaapt”. Wat zou dit kunnen stoppen?
Voor de schrijver Gudbergur Bergsson ligt de sleutel in de nationale psyche. Ijslanders zijn politieke mode slachtoffers, zwaar onder de invloed van de VS, en onbewust van wat de actievoerders op het thuisfront zeggen. Wat als ‘in’ wordt beschouwd nu is globalisering, en daar willen ze deel van uit maken. Ijslanders hebben er een hekel aan om als achtergesteld te worden bekeken. Als de internationale gemeenschap hun echter kan tonen hoe achtergesteld het is zich te laten koloniseren door Alcoa en hun zo geliefde natuur te laten vernietigen voor 1 alluminium smelter, dan beginnen ze misschien toch na te denken. Dan hebben ze misschien toch het lef om op te staan en een vuist te ballen tegen hun dictatoriale regering. “Jullie moeten ons tot verandering schamen.”