Het gevaar van een twaalfde dodelijke slachtoffer van de Schipholbrand nog altijd niet afgewend

In antwoord op zijn urgente fax naar de Vaste kamercomissie van Justitie, ter voorkoming van het uitzetten van Miloud Fritas , kreeg mr. N. Steijnen een reactie van dhr Hans Spekman.

Daarop heeft Nico Steijnen op persoonlijke titel geantwoord. Het schrijven van dhr. Spekman staat onderaan.

Geachte heer Spekman,

Louter op persoonlijke titel - als privé-persoon, als advocaat en los van mijn betrokkenheid bij het Comité Rechtsherstel - wil ik u graag wijzen op het volgende.
Dit in antwoord op uw onderstaande reactie.

DEDAIN VOOR DE SLACHTOFFERS VAN DE SCHIPHOLBRAND BIJ DE PVDA

Ik geef aan deze reactie de vorm van een open brief, want het gaat hier om een kwestie die dimensies kent welke die van de zaak zelf te boven gaan.
De beschaving van een land, mijnheer Spekman, is immers bepaald ook af te meten aan de manier waarop in dat betrokken land wordt omgegaan met de zwaksten en de meest weerlozen. Uw opstelling, en daarmee vooralsnog de opstelling van uw PvdA-fractie waarvan u op dit onderdeel woordvoerder bent, getuigt echter alleen maar van dédain voor de zwaksten en meest weerlozen, tenminste als het gaat om de slachtoffers van de Schipholbrand.

'JIJ-EN' EN 'JOU-EN'

Maar alvorens hier nader op in te gaan, allereerst, terzijde, dit.
Ik vind het stuitend door u, als fractie-woordvoerder van de PvdA op dit dossier, met 'je' en 'jou' te worden aangesproken.
Doet u dat consequent jegens ieder u onbekend persoon ? Of ben ik daarvoor speciaal door u uitverkoren ? Als blijk van mijn afkeuring over de manier waarop u denkt u onbekende burgers te woord te moeten staan, stuur ik dit bericht in elk geval door naar uw fractievoorzitter en de voorzitter van de Tweede Kamer.

Er is, om hier ieder misverstand op dit punt te vermijden, ook geen sprake van dat een soort van vage gelijkgezindheid tussen u en mij die een dergelijke onterechte vertrouwelijkheid jegens mij zou rechtvaardigen. Tussen u en mij bestaat weinig gemeenschappelijks.

'T IS ZIELIG, MAAR TOCH OPGEHOEPELD

Dat blijkt ook onmiddellijk uit uw onderstaande reactie.
Die erop neer komt dat 't natuurlijk zielig is dat de heer Fritass als gevolg van de Schipholbrand nu aan PTSS lijdt, maar dat hij toch maar zo snel mogelijk het land uitgedonderd moet worden. Of deze nu suicidaal - dat wil dus zeggen gericht op zelfdestructie als gevolg van zijn post traumatisch stress syndroom - of niet, dat doet bij u kennelijk in het geheel niet terzake.
Dit dan omdat door mevrouw Verdonk eertijds, bij brief van 31 augustus 2006, is bepaald dat slachtoffers van de Schipholbrand, onvoorwaardelijk veroordeeld zijnde voor enig geweldsdelict, niet in aanmerking zouden kunnen komen voor een verblijfsvergunning. En u het daarmee toen kennelijk eens was.

EENMAAL BESLOTEN BLIJFT BESLOTEN

Dat de hele manier als zodanig waarop mevrouw Verdonk en de toenmalige minister van justitie Donner met de overlevende slachtoffers van de Schipholbrand in de weer gingen in beschaafde kringen slechts verbijstering en afschuw vermochten te verwekken, kan ook u onmogelijk zijn ontgaan.
Niettemin heeft u zich toen kennelijk aan dit optreden van ministerVerdonk gecommitteerd. En geldt hier kennelijk in dit opzicht voor u: eenmaal een commitment aangegaan, altijd een commitment aangegaan. Veranderde omstandigheden, nieuwe feiten, nieuwe ontwikkelingen, het doet er allemaal niet toe: eenmaal trouw aan de brief van mevrouw Verdonk, altijd trouw aan deze brief!

Toen op 31 augustus 2006 minister Verdonk meende te kunnen stellen dat elk slachtoffer van de Schipholbrand dat onheroepelijk voor een geweldsdelict zou worden veroordeeld de facto het land zou moeten verlaten, was nog volslagen buiten beeld dat ooit slachtoffers van de brand wellicht tot gewelddadigheid zouden vervallen als gevolg van een PTSS, tot ontwikkeling gekomen als gevolg van de traumatische ervaringen tijdens een ramp waarvoor de Staat materiëel de schuld draagt. En waarvoor verder de ingrediënten werden aangedragen door ernstige verwaarlozing van de slachtoffers na de ramp, hetgeen eveneens, en wel rechtstreeks, toe te rekenen valt aan de Staat.

Nu zou men allicht de mening kunnen zijn toegedaan dat ook door u, als PvdA' er, een zucht van verlichting werd geslaakt toen mevrouw Verdonk eindelijk als minister voor Vreemdelingenzaken haar biezen moest pakken. En aldus een einde kwam aan een zwarte periode van criminalisering en ontmenselijking van migranten en illegalen in ons land, die zijn weerga in de geschiedenis niet kende.

Het verhaal ging immers dat 'links', waarmee dan immers in dit verband klaarblijkelijk ook uw partij werd bedoeld, door haar vertrek opgelucht was. En vooral ook ruimte zag voor bijstelling van het door Verdonk gevoerde vreemdelingen- en vluchtelingenbeleid op belangrijke onderdelen.
Eindelijk zouden er zo weer mogelijkheden onstaan voor een humaner vreemdelingen- en vluchtelingenbeleid!
Dat NIET meer onder een voortdurende hypotheek zou liggen van zware kritiek van majeure mensenrechten-organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch. En dat NIET meer herhaaldelijk tegen veroordelingen van het Europese Hof voor de rechten van de mens zou aanlopen.

Maar in de door u voorgestane behandeling van de slachtoffers van de Schipholbrand is daarvan niets te merken.

U veinst daarbij 'medeleven' met de heer Fritass, maar meent daar vervolgens geen barst van, dat is duidelijk.
Anders zou bij u tenminste enige bekommernis zijn te bespeuren over een mogelijk dreigende zelfmoord als gevolg van een psychotisch ziektebeeld als resultante van diens PTSS. Maar daarvan is in uw reactie geen spoor te bekennen.

Over de mate van menselijk gevoel van u en bepaalde mede-politici in deze kwestie van wellicht leven en dood wil ik hier geen oordeel geven. Niemand heeft zichzelf immers gemaakt en dat geldt ook voor gevoelsarmoede, waarmee men zich eventueel behept ziet.

EEN BEROEP OP POLITIEKE RATIONALITEIT

Maar van politici mag tenminste wél rationaliteit en zuiverheid van argumenten worden verwacht. Alsmede het vermogen om in te zien dat nieuwe feiten en ontwikkelingen verdisconteerd dienen te worden in eerder ingenomen standpunten.
Het is hierop dat ik u wens aan te spreken.
Ontbreekt dat vermogen om nieuwe feiten en ontwikkelingen in zich op te nemen of bestaat daartoe geen bereidheid, dan verliest elke politiek onmiddelijk zijn geloofwaardigheid. En z'n aansluiting bij de realiteit.

NIEUWE POLITIEKE FEITEN EN ONTWIKKELINGEN

Er is hier, mijnheer Spekman, sprake van een hele keten van nieuwe feiten en ontwikkelingen. Die bij een rationele benadering van dit onderwerp noodzaken tot herbezinning.
En dat is dan natuurlijk op de allereerste plaats het uitkomen van het rapport van de Onderzoeksraad naar de Schipholbrand van 21 september 2006.

Hoewel de vernietigende conclusies van dit rapport formeel niet gebruikt mogen worden om schuldigen aan te wijzen, is materieel gezien natuurlijk glashelder dat dit rapport de schuld en de verantwoordelijkheid voor deze catastrofe en menselijke tragedie in hoge mate legt bij de Staat der Nederlanden.

Dit betekent, mijnheer Spekman, dat met het uitkomen van het rapport van de Onderzoeksraad, op 21 september 2006, onmiskenbaar een nieuwe situatie is ingetreden. Een situatie waarin, vanaf dat moment, althans materiëel 'de politiek' er niet langer om heen kan dat de Nederlandse Staat bij de slachtoffers van de Schipholbrand, de overlevenden zowel als de nabestaanden van degenen die daarbij het leven lieten, zwaar in het krijt staat.

MATERIEEL VASTGESTELDE SCHULD VAN DE NEDERLANDSE STAAT AAN DE SCHIPHOLBRAND

De aansprakelijkheden en persoonlijke verantwoordelijkheden vanuit de Staat der Nederlanden en diens functionarissen, die daarmee zijn gemoeid, vormen thans nog onderdeel van een lopende procedure voor het Europese Hof voor de rechten van de mens. Zie hiervoor onder meer www.vertrokkengezichten.nl.

Tot 31 augustus 2006, de datum dat mevrouw Verdonk met haar brief kwam, waar u tot de dag van vandaag onverkort trouw wenst te blijven, kon tenminste nog het idee opgeld doen dat de Staat niet rechtstreeks aan de catastrofale brand schuld zou hebben gedragen. En dat dus, in dat opzicht, ook niet de Staat bij de slachtoffers van de ramp in het krijt zou staan. Maar een maand later kwam dus definitief vast te staan dat Nederland wel degelijk bij de slachtoffers van de ramp zwaar in de schuld staat.

DE NEDERLANDSE STAAT IN HET KRIJT BIJ DE HEER FRITASS EN DIENS LOTGENOTEN ALS POLITIEK FEIT

Dat zwaar in de schuld staan van Nederland geldt dus ook jegens de persoon van de heer Fritass. Dat vormt een onmiskenbaar feit.
Elk idee dat welke vorm dan ook van tegemoetkomendheid jegens de slachtoffers - en daarmee ook jegens de heer Fritass - een gunst zou vormen die naar believen zou kunnen worden geschonken dan wel onthouden , verloor na de materiële aanwijzing van de Nederlandse politieke autoriteiten als in hoge mate materiëel verantwoordelijk voor de rampin elk geval definitief iedere validiteit.
De slachtoffers zijn in hoge mate slachtoffer van de Nederlandse Staat en hebben mitsdien, naar fatsoenlijk rechtsgebruik, aanspraak op tegenmoetkomendheid, compensatie, hulp, rechtsherstel.

DE TIJD VAN DE SFEER VAN GUNSTEN IS VOORBIJ

Kon mevrouw Verdonk in haar brief van 31 augustus 2006 alles wat daarin jegens de overlevenden als beleid werd gepresenteerd impliciet nog voorstellen in de sfeer van gunsten, na 21 september 2006 was die situatie op slag totaal anders.
Vanaf dat moment gold dat de overlevende slachtoffers, naar fatsoenlijke rechtsmaatstaven, RECHT hadden op hulp, compensatie, genoegdoening. En dat een tegenmoetkomende houding jegens hen niet langer kon worden voorgesteld als GUNST. Die maar zo ook weer zou kunnen worden ingetrokken.

VOORTGEZETTE MALTRAITERING VAN DE SLACHTOFFERS DOOR DE STAAT

Vervolgens is, mijnheer Spekman, heel Nederland er getuige van geweest hoe na de ramp - een ramp dus waarvoor de Nederlandse Staat een zware en directe verantwoordelijkheid draagt - de overlevende slachtoffers door de toenmalige ministers Donner en Verdonk permanent verder werden gemaltraiteerd en geschoffeerd.
Als men ziet hoe de slachtoffers van de Volendamse café-brand en van de vuurwerkramp in Enschede werden opgevangen en - volkomen terecht en vanzelfsprekend natuurlijk ! - omringd werden met zorg, aandacht, opvang en psychische hulpverlening en men beziet dan vervolgens hoe de slachtoffers van de Schipholbrand tijdens de brand zelf als gevaarlijke criminelen werden behandeld, onmiddellijk daarna opnieuw werden ingesloten in brandgevaarlijke cellen, constant met uitzet-pogingen werden bedreigd en van structurele psychische hulpverlening uitgesloten bleven, dan springen een mens de tranen in de ogen.
En dat alles gebeurde in aanwezigheid van uw fractie.
Op de wanstaltige maatregelen die TOEN jegens de slachtoffers door de ministers Donner en Verdonk werden genomen, doet u, vooralsnog namens uw fractie, THANS een beroep !

VOORAFSCHADUWING VAN ZWARE PSYCHISCHE STOORNISSEN DOOR VERWAARLOZING

Herhaaldelijk, mijnheer Spekman, is er door psychologen en psychiaters voor gewaarschuwd dat de trauma's die de overlevende slachtoffers van de Schipholbrand tijdens de ramp hebben opgelopen zich zouden kunnen ontwikkelen tot zware psychische stoornissen als hen opvang, geborgenheid, bestaanszekerheid, veiligheid en een adekwate psychische behandeling zou worden onthouden. Dat moet ook u, en uw PvdA-fractie bekend zijn.
Niettemin werd de slachtoffers van de ramp dit alles door de Nederlandse regering stelselmatig onthouden.

En ja hoor, nu , 3 jaar na de catastrofale ramp, zien we dat tientallen overlevenden een post traumatisch stress syndroom (PTSS) hebben ontwikkeld. Dat hun leven tot een dagelijkse hel maakt. Van zeker 16 overlevenden is thans ook vanwege de Nederlandse regering klip en klaar erkend dat zij een PTTS hebben ontwikkeld dat zijn oorzaak vindt in hun traumatische ervaringen tijdens de hellenacht die zij hebben doorgemaakt. Hen is door de Staat een inmiddels een schadevergoeding van 10.000 euro betaalbaar gesteld.
Dat geldt ook voor de de heer Fritass.

Dit alles zijn nieuwe feiten en nieuwe ontwikkelingen, die zich niet lieten voorzien toen u en uw PvdA-fractie zich meenden te moeten verknopen met de brief van 31 augustus 2006 van toenmalig minister Verdonk. Op basis waarvan thans de heer Fritass volgens u en - vooralsnog uw fractie - alsnog zou moeten worden uitgezet.

DUBBELE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE STAAT VOOR DE DESASTREUZE GEZONDHEIDSTOESTAND VAN DE HEER FRITASS

De Nederlandse Staat draagt dus niet alleen, zo is sinds 31 augustus 2006 gebleken, een door de Onderzoeksraad materiëel vastgestelde verantwoordelijkheid voor Schipholbrand. En daarmee voor de overleden en overlevende slachtoffers daarvan. Maar is, daar bovenop, ook nog eens rechtstreeks aansprakelijk voor het, bij gebrek aan adekwate hulp en opvang, zich bij een groot aantal overlevende slachtoffers verdichten van de tijdens de brand opgelopen trauma's tot een volledig post traumatisch stress symdroom.
Het feit dat de Staat deze fatale ontwikkeling, door opzettelijke verwaarlozing van de slachtoffers, na de ramp in de hand heeft gewerkt, maakt Nederland jegens de individuele slachtoffers van de ramp dubbel schuldig.

GEBREK AAN CONTROLE OVER GEWELDDADIGHEID NAAR BINNEN EN NAAR BUITEN ALS PTSS-ZIEKTEBEELD

Van mensen die onderhevig zijn aan een PTSS is bekend dat zij vaak hun gevoelens niet meer voldoende kunnen controleren en vervallen tot geweldsexplosies tegen anderen, dan wel tot gedrag gericht op zelfdestructie.
Beide ziektebeelden vormen daarbij elkaars spiegelbeeld.
Dat geldt ook voor de heer Fritass, die veroordeeld is voor een geweldsexplosie jegens zijn vrouw, maar die daarnaast tevens in hoge mate suicidale trekken vertoont. Zodanig dat hij daarvoor tijdens zijn detentie in behandeling was en zelfs moest worden opgesloten in een isolatiecel om hem tegen zichzelf te beschermen.

WIL DE PVDA BEWUST HET RISICO OP ZICH LADEN VAN ZELFMOORD VAN DE HEER FRITASS?

De kernvraag die zich hier politiek opdringt is de volgende: wil de PvdA, mét u, bewust het risico op zich laden dat de heer Fritass, in een psychotische toestand als gevolg zijn zijn van staatswege veroorzaakte PTSS-syndroom, bij uitwijzing daadwerkelijk zelfmoord zou plegen ?

Uzelf, mijnheer Spekman, hebt daar klaarblijkelijk geen moeite mee.
De vraag is of deze onverschilligheid van u door uw fractie wordt gedeeld.

Waar u kennelijk ook niet mee zit, is de vraag of een reële behandelingsmogelijkheid jegens de heer Fritass van de hem door de Nederlandse Staat toegebrachte PTSS in Marokko wel voorhanden zou zijn.
Die vraag wuift u met een slap handje weg.

EEN WREDE EN ONMENSELIJKE BEHANDELING

Laat u tot slot dit gezegd zijn, mijnheer Spekman.
De manier waarop u, in het voetspoor van mevrouw Verdonk, meent te kunnen blijven sollen met de persoon van de heer Fritass, wiens gezondheid door toedoen van de Nederlandse Staat grondig is geruineerd, vormt een voortzetting van de wrede, onmenselijke en vernederende behandeling in de zin van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Anti-Folterverdrag, waarvan de slachtoffers van de Schipholbrand voor, tijdens en na de brand onderhevig werden gemaakt.
Een wrede en onmenselijke behandeling, waaraan u zich klaarblijkelijk ook persoonlijk medeplichtig wenst te maken.

hoogachtend,

mr. N.M.P. Steijnen,

advocaat

_________________________________
Het bericht waarop gereageerd wordt:
_________________________________
Original Message -----
From: Spekman H.
To: Sagittarius
Sent: Wednesday, November 12, 2008 7:32 PM
Subject: RE: Kan de Nederlandse Staat zich een twaalfde dodelijke slachtoffer van de Schipholbrand veroorloven ?

Geachte heer Steijnen,
Dank voor je mail. Allereerst: het is vreselijk dat Miloud de Schipholbrand heeft meegemaakt en dat hij als gevolg hiervan aan PTSS lijdt. Uit de brief maak ik op dat Miloud vanwege een geweldsdelict een verblijfsvergunning is geweigerd. Tot mijn spijt zie ik met de informatie die ik heb ontvangen geen aanknopingspunten om aandacht te vragen voor de situatie van Miloud bij de staatssecretaris van Justitie. Ik weet dat mijn collega van de SP inmiddels vragen heeft gesteld. Bij brief van 31 augustus 2006 heeft de toenmalige minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie ten aanzien van het verlenen van verblijfsvergunningen aan de slachtoffers van de Schipholbrand aangekondigd dat bij de beoordeling het gewone openbare orde beleid van toepassing zou zijn met dien verstande dat – in verband met een afweging tussen de medische behoefte en de aard van de antecedenten – alleen onvoorwaardelijke straffen in verband met gewelds- en drugsdelicten worden tegengeworpen. Hier is de Kamer vervolgens ook mee akkoord gegaan. Overigens ga ik ervan uit dat de strafrechter om tot zijn uitspraak te komen alle feiten en omstandigheden heeft betrokken.

Ook ga ik ervan uit dat Miloud voor zijn PTSS in Marokko onder behandeling kan worden gesteld.
Helaas kan ik je niet beter berichten.
Vriendelijke groet,
Hans

_________________________________