Search |
een kort verblijf in Kamp ZeistVerslag van een kort verblijf in Kamp Zeist: "Is gevangenis. Geen keuze". Door Joke Kaviaar (de namen in dit verslag zijn vanwege de privacy van betrokkenen gewijzigd) Het is 6 november 2007 en ze brengen me naar Kamp Zeist. Ik ken Kamp Zeist tot nu toe alleen van buiten omdat we er acties tegen gevoerd hebben. Van binnen ken ik het alleen van verhalen, van mannen die er hebben gezeten vooral. De bus van de dienst vervoer en ondersteuning rijdt door het hoofdhek binnen, gaat rechtdoor, en rijdt door een poort door de muur verder het terrein op. Daar word ik na uitstappen binnen geleid, meteen na binnenkomst rechtsaf naar de 'badafdeling'. Dat is de afdeling waar je bij binnenkomst wordt uitgekleed. In de eerste ruimte staan drie tafels. Aan één ervan moet ik tegenover een bewaakster van Securicor plaatsnemen. Er worden vragen gesteld. Onder andere of ik "eerder gezeten heb". De bewaakster controleert mijn tas en fouillering zoals meegegeven door de politie van het bureau waar ik vandaan kom. De boeken die ik bij me heb, mogen niet mee naar binnen. "Ik wil in beklag," zeg ik op de weigering de boeken en het T-shirt binnen te laten. "Moet je op de afdeling om een formulier vragen." is het antwoord. Er moet een foto van me worden gemaakt en ik moet gaan staan tegen een meetlat aan de muur. Ik zie de camera niet meteen, die blijkt aan de overkant van de ruimte achter een glazen wand te staan. Vervolgens word ik in een wachtcel neergezet. De spullen die mee mogen naar de afdeling wachten op mij in een felblauw gekleurde plastic zak. Na nog eens wachten word ik met de vrouw die ik eerder gezien heb, en nog een andere vrouw, een donker tenger en klein meisje met hele smalle vlechtjes, van de badafdeling afgeleid en in het verlengde van de gang waardoor we zijn binnengekomen, rechtsaf door een deur geleid. Pardoes lopen we door één van de eerste afdelingen voor de vrouwen in Kamp Zeist, die later afdeling C zal blijken te zijn. De drukte in die gang, het rumoer overal vandaan en het gekrioel van vrouwen door elkaar, de bewakers die bij de ingang aan een tafeltje zitten en halverwege er ook nog tussen, alles bij elkaar geeft mij het overweldigende gevoel in een menselijke kippenren te zijn beland. "Mensenlief! Waar kom ik terecht!?" denk ik. Even verderop worden we linksaf in een ruimte geleid en moeten de twee vrouwen en ik aan een tafel gaan zitten. Daar zal kennelijk zoiets als een soort gesprek plaatsvinden. Er is een TV in de kamer. Deze staat aan zonder geluid. De twee vrouwen kijken angstig en onzeker en ik leg een eerste oogcontact. Wat kan ik zeggen tegen vrouwen die zo'n onzekere toekomst voor zich hebben? Ik hoef alleen maar tien dagen boetes uit te zitten! Wat volgt is een soort intake gesprek. Dat stelt niet zo bar veel voor. Tegen één van de vrouwen, zij blijkt afkomstig uit Kameroen, wordt gezegd: Even horen we een geschreeuw, afkomstig van afdeling C, van iemand die helemaal overstuur is. De bewaakster kijkt even op, wij kijken om, er valt natuurlijk niets te zien. Kennelijk is er bewaking op de afdeling op af gegaan. Het wordt weer stil. Nu worden we één voor één afgewerkt. Er wordt een rijtje zaken genoteerd. Of je rookt. Of je bruin of wit brood eet. Of je halal of vegetarisch eet. Of je rijst of aardappelen wil. Dat is dus: altijd rijst, of altijd aardappelen, zo blijkt op mijn vragen. Meer variatie is er niet. Tussendoor is de bewaakster even weggelopen en zit ik met de twee vrouwen aan tafel. De vrouw uit Kameroen vertelt dat ze hiervoor in Noorwegen was, en zelf terug wil en zelf een ticket wil kopen. Ik leg haar uit dat ze dat niet zullen toestaan en dat ze hier zal blijven zitten tot zij haar vertrek hebben geregeld, en dat het niet waar is dat een verblijf in Kamp Zeist per definitie maar van korte duur zal zijn. Dat ik weet van veel mensen die er maanden, tot langer dan een jaar zaten. De vrouw schrikt. Maar wat had ik anders moeten doen? De leugen in stand houden? Hoe ze haar probleem kan oplossen, kan ik haar ook niet vertellen en ik geef haar het telefoonnummer van een goeie advocaat. Als de bewaakster terugkomt, krijg ik een velletje met regels te lezen. Dit is in het Nederlands. Ik lees het en concludeer dat ik het nooit allemaal kon onthouden, mede doordat het allemaal zo'n enorm grote onzin regelgeverij is, die staat op een vol gedrukt kantje A-4, regelafstand 1. "Kan ik dit houden?" vraag ik. "Nee," is het antwoord. Naar gezondheidsklachten, van fysieke of psychische aard, wordt in het geheel niet gevraagd tijdens dit "gesprek". Nadat me nog is medegedeeld dat er van werk geen sprake is, alleen wat baantjes voor mensen die zich goed gedragen, en dat er een 'zakgeld' van 7,50 per week is waarvan ik alvast 5 euro kan laten aftrekken om een telefoonkaart te krijgen, word ik als eerste van ons drie naar een afdeling gebracht. Ik kom op afdeling D. Deze staat haaks op afdeling C. Tussen de beide afdelingen bevindt zich een controlepost. Daar staat een bureau waarachter bewaking zit. Het blijkt toegestaan om je op beide afdelingen te bevinden tijdens de 'recreatie'-uren. Maar je moet wel opletten dat je een kwartier voor elke insluiting op je eigen afdeling terug bent, want dan gaat de CP dicht. Kennelijk overtreed je anders één of andere regel. Er is ook een regel dat je niet op vensterbanken mag zitten, heb ik zo snel gelezen, en zo zijn er meer regels die geen enkel ander doel dienen dan een regel te zijn, zodat deze gehandhaafd kan worden en de overtreding bestraft. In de gang van afdeling D hangt een papier met de volgende tekst, het is het eerste dat me opvalt: Ik ben totaal flabbergasted als ik hoor dat het daadwerkelijk verplicht is om buiten de cel, dus op de afdeling, tijdens recreatie, luchten enzovoorts, een BH te dragen! Het is de Chinese Ma-Li (naam fonetisch opgeschreven) die al vier maanden in Kamp Zeist zit en daarmee de langste 'bewoonster' is van de zes persoonscel waarin ik word gebracht (D 3), die dit bevestigt. Ze spreekt redelijk Nederlands. In de gang van afdeling D (6 persoons cellen aan beide kanten van de gang) staat een tafel met bewaking in het midden. Daar zitten ze de hele tijd met z'n tweeën achter. Bewaking is overal in Kamp Zeist. Het zijn zonder uitzondering bewakers van Group 4 Securicor. Mensen met het niveau van Mavo pubers. Na mijn overplaatsing, die een dag later zou komen, ben ik in het HvB in Zwolle beland. Daar werken alleen justitie mensen en er is een duidelijk verschil tussen beide soorten bewakers, dat je op het oog slechts aan hun uniform ziet, maar in de omgang duidelijk, hoewel lastig te definiëren, merkt. De Securicor bewakers denken vooral dat ze leuk zijn, ze proberen op een kinderlijke manier joviaal en aardig te doen, en maken onderling grappen. Het popi-jopie soort mensen. Ze nemen noch hun werk, noch zichzelf, noch de vrouwen die er zitten serieus. Alsof het allemaal maar een spelletje is dat aan het einde van de dag weer is afgelopen, zodra zij de cellen om vijf uur 's middags achter iedereen dichtdoen en de afdelingen verlaten. Aan justitie medewerkers daarentegen kun je duidelijk merken dat ze weten wat voor werk ze doen, flauwe grappen zijn er niet bij, aardig doen wel, maar dan op een professionele afstandelijke manier, zodat je weet dat ze ten allen tijde wel degelijk de rol van bewaker blijven hebben. Geen moment wordt de schijn opgehouden dat je even kunt vergeten wat hun werkelijke taak is. Het is minder vals, minder bedrieglijk. (Tot zover enige uitleg over het verschil tussen Securicor en justitie bewakers.) Ik ben even na vier uur 's middags op de afdeling gekomen. Mij is een locker in de cel aangewezen als de mijne. Ik kies voor het bovenste van het stapelbed bij het raam, gooi er mijn spullen en het mij aangereikte beddengoed (twee lakens, een kussensloop, een twee dunne versleten dekens) op en besluit eerst eens zoveel mogelijk voor de insluiting van vijf uur 's middags te zien te krijgen en iemand te bellen met de mededeling: "Ik zit in kamp Zeist!". Tot slot moet ik nog aan een beklagformulier zien te komen en ik voorzie dat dit wel eens moeilijk zal kunnen worden. Even rondlopen. In een cel schuin tegenover de 'onze' - als je op de afdeling binnen komt lopen de tweede rechts - zitten vooral of alleen maar Chinese vrouwen. Ze draaien Chinese muziek. Twee vrouwen voeren daarop een dansje uit, de vrouwen eromheen lachen en klappen. Bij de telefoon in de gang staat iemand te bellen. Andere vrouwen wachten op hun beurt. Overal vandaan komt geluid, lachen, schreeuwen, muziek, TV's die aanstaan, een drukte die toeneemt en weer afneemt. Tijdens deze - wat later zullen blijken te zijn - 'recreatie-uren' wordt er veel heen en weer gelopen, blijven de celdeuren openstaan en probeert vooral iedereen zoveel mogelijk te regelen, getuige het vele heen en weer geloop, de drukte bij de telefoon, vragen die worden gesteld aan de bewakers aan de tafel in het midden van de gang. De cel kijkt uit op een niet al te grote binnenplaats. Voor de ramen zijn hekwerken gemonteerd. Het ziet ernaar uit dat de cellen vroeger een andere functie gehad moeten hebben. De hekwerken zijn er van het stevige soort dat je als omheinings-hekwerken ziet, zoals rond de terreinen van de bajesboten in Dordrecht en Zaandam. Deze hekwerken zijn met grote bouten aan de muur bevestigd. Bouten die zich tussen raam en hek bevinden. De hekken zijn ook met bouten aan elkaar gemaakt. Daarbij zijn zulke bouten gebruikt dat je die niet met een sleutel kunt opendraaien, mocht je die hebben weten te bemachtigen. Aan de dakranden van de binnenplaats hangen rollen NATO draad. Kamp Zeist doet zijn naam eer aan er ook werkelijk als een kamp uit te willen zien. "Is dit een luchtplaats?" vraag ik Dunya. Ze knikt. Een bewaker komt binnen met de jonge vrouw die met de vrouw uit Kameroen en mij mee naar binnen is gebracht. Jonge vrouw, meisje, ik weet niet hoe oud ze is. Ze kijkt bedrukt, en onzeker. "You choose a bed," zoiets zegt de bewaker. Net als ik heeft ze beddengoed in haar armen en een doos met beginpakket mee. Dat begin pakket, daarin zit een zakje koffie van 100 gram, boter, een half brood, een karton appelstroop, een pak kokosbrood, een bakje suiker, en een pak melk. Aarzelend, wat verlegen, gaat ze op het bed langs de rechtermuur zitten. Dunya en ik groeten haar. "Haben" stelt ze zich voor. Ze begint het bed op te maken. Ik bedenk me dat ik dat met het mijne nog moet doen, maar weet al dat ik daar na vijf uur 's middags nog de hele avond de tijd voor zal hebben. Daarna wil ze wat gaan eten, maar ze begrijpt niets van hoe je dat allemaal eten moet. Een bewaker komt met nog een andere vrouw binnen. "Spreekt hier iemand Arabisch?" vraagt hij. Dunya staat op. Boven de deur hangt een klok. Dan kun je zien of het bijna vijf uur is, of je nog tijd hebt om te bellen, of je nog langs de centrale post naar de andere afdeling kunt als je daar iemand kent. Het is kwart voor vijf. Nu moet ik echt gaan zorgen dat ik kan bellen en dat ik aan een beklagformulier kom. Ik begin maar bij de bewakers aan de tafel in het midden van de gang, bijna pal tegenover onze deur. Ze kijken me aan alsof ik vraag of we met z'n allen kamp Zeist mogen verlaten, hier en nu. Ik stel blijkbaar een rare vraag als ik informeer naar de beklagprocedure. 17 uur. Zes vrouwen die elkaar niet kennen, niet allemaal met elkaar kunnen praten omdat ze andere talen spreken, in een ruimte met vier bedden, een stapelbed, twee tafels, en zes stoelen. Het wordt donker buiten. Het blijkt dat de ramen zijn beplakt met een materiaal dat als spiegel werkt zodra het buiten donker is. In de cel brandt de felle TL-verlichting. Helemaal rechts en helemaal links kan één smal raam zijdelings een stukje open. Een metalen strook aan de binnenkant zorgt ervoor dat het niet verder open kan dan ongeveer tien centimeter. Dunya legt een kleedje op de grond, doet een hoofddoek om en bidt. Ik ga aan tafel zitten schrijven in mijn grote schrijfblok. Een kleiner blocnote laat ik op tafel liggen, voor iedereen om te gebruiken. Nog altijd schrijvend, kijk ik naar het plafond. Nu wil ik het weten: wat hebben ze aan de brandveiligheid gedaan? Antwoord: helemaal niets. Geen sprinklers. Eén rookmelder. Een verlaagd plafond van geperst hout. Daarin hangen TL balken. Het ziet eruit alsof een simpele kortsluiting eenvoudig 's nachts een einde aan ons leven kan maken. Ik kijk naar de klok. Tien over half zes inmiddels. Wat gaat de tijd langzaam! Hoe moeten we die avond doorkomen? Haben komt bij me aan tafel zitten. "They took my picture, I was crying, tears rolling down my cheeks, I was standing like this," Ze buigt haar hoofd voorover, "And they put it on the door; me, crying". Ik heb het al gezien. Elke celdeur is voorzien van de foto's van degenen die erin zitten, met namen erbij, en informatie over wat we eten of niet eten. Zwart wit foto's zijn het. Aan de binnenkant is de deur voorzien van een metalen beplating. Er zit een raampje in, waardoor je de gang kunt zien. Het is bijna zes uur 's avonds en het is stil op de gang. Bewaking is allemaal weg. Omslachtig legt Haben uit dat ze ongesteld is geworden, na een tijdje begrijp ik het: ze heeft geen maandverband. Ik besluit het voor haar te regelen, want het is de vraag of de bewaking haar verhaal geduldig gaat aanhoren om erachter te komen wat er scheelt. Het duurt even, ik schat meer dan twee minuten, voor een bewaker eraan komt en het luikje opendoet. "Hebben jullie maandverband? Er is iemand ongesteld," vraag ik recht op de man af. Gelukkig duurt het halen van maandverband voor Haben minder lang, dan dat het duurde voordat ze op het bellen waren afgekomen, en je kunt alleen maar hopen dat ze sneller zijn als er iemand ernstig onwel is geworden. Een intercom is er niet. Je bent dus afhankelijk van een bewaker die nog even wel of niet eerst z'n kopje koffie leegdrinkt en dan komt kijken. Ik eet nog wat, want ik heb nog niet veel gegeten die dag, doordat ik rond het middaguur ben overgebracht van het politiebureau naar Kamp Zeist. Ma-Li legt uit hoe je koffie maakt met een niet werkend koffiezet apparaat. Ze maakt warm water door daarvoor het koffiezet apparaat te gebruiken, ze doet koffie in een koffiefilter en zet dat in een kopje, dan schenkt ze water op en laat het geheel trekken als thee. Het resultaat zet ze nog even in de magnetron, zodat het goed heet wordt. Het is een uur of zeven als de vrouwen allemaal op hun eigen bed zijn gaan liggen. Alleen Haben zit nog aan tafel en kijkt TV. Ik heb mijn bed opgemaakt. "Thin blankets", merkt Dunya op als ze mijn dekens ziet. Gelukkig ben ik niet zo kouwelijk. "I'm allright," zeg ik tegen haar en ga bovenop het bed liggen schrijven. Ik begin aan een gedicht. Ik lig al een tijdje te schrijven, als ineens, om half acht, de deur opengaat. Mijn naam word geroepen. "Je wordt gehaald," Mijn celgenoten kijken me verbaasd aan. Ik heb Dunya al verteld dat ik naar een rechtszaak moet en leg het de anderen snel uit en aan de bewakers vraag ik: "Nu?". Volgende dag, 7 november 2007 Nauwelijks geslapen, weinig gegeten, een rechtszaak en nog meer 'transport' (zo heet dat in de wandelgangen van justitie, alsof gevangenen goederen zijn, en het erge is dat je de neiging krijgt, als je maar lang genoeg binnen bent, om al die terminologie van ze over te nemen!); van Hoorn naar Alkmaar en van Alkmaar weer terug, kom ik weer binnen in Kamp Zeist. "Jullie hebben een klopgeest," meent de chauffeur van de bus grappig te zijn. Ik word gefouilleerd. Een volledige visitatie blijft dit keer achterwege. Binnen een kwartier, inmiddels zes uur 's middags, kom ik weer terug op cel. Ik krijg van mijn 'kamergenoten' een warm onthaal. Haben springt bijna een klein gat in de lucht van blijdschap en allen willen weten waar ik ben geweest en waarvoor. . Ik vertel het, maar hou het kort, want een veroordeling die ik kan krijgen, valt in het niets bij de ellende die deze vrouwen wordt aangedaan. Ma-Li vraagt me of ik genoeg gegeten heb. De 'transporten' zijn in het algemeen berucht om langdurigheid. Er wordt veel rond en omgereden, meerdere bajessen, gerechtsgebouwen en politiebureaus worden onderweg aangedaan, en ze kunnen je dus al vroeg komen halen (of de avond ervoor dus), en/of laat terug brengen, met als gevolg dat genoeg, goed, of helemaal het eten erbij inschiet. Ma-Li weet dat ook. "Nee, niet veel," zeg ik. Ze biedt me haar brood van vandaag aan. "Weet je het zeker, heb je zelf wel genoeg?" vraag ik. "Geen honger," zegt ze, en trekt uit een doos onder de tafel allerhande broodbeleg te voorschijn. Achteraf begrijp ik hoe het kan dat het best veel is: twee dagen terug zat Ma-Li hier nog met vijf heel andere vrouwen in de cel. Waar die naartoe zijn weet niemand, maar hun eten is blijven liggen. Bij mijn terugkomst heb ik nog eens goed gekeken hoe alle gangen lopen, en een schetsje gemaakt. Ik zie de twee Arabische vrouwen weer bidden. Maar is dat wel het oosten? Ik twijfel. Volgens mijn tekening niet. We hebben het erover. Dunya heeft het erover dat ze de volgende dag naar de rechtbank moet. Althans dat denkt ze. "Hoe laat dan?" vraag ik. Ze weet het niet, haalt haar schouders op. Triest hoe weinig de vrouwen hier weten van wat er met ze gebeurt of gaat gebeuren en wanneer. Niets wordt er verteld, ook mij waren ze heel plotseling komen halen de voorgaande dag. "Heb gehoord, anderhalve maand geleden. Getrommel," vertelt Ma-Li. Ze doelt op de burgerinspectie van 15 september. Het is duidelijk dat de vrouwen hebben begrepen dat het een demonstratie was tegen Kamp Zeist en ik vertel hen dat veel mensen buiten ertegen zijn dat ze hier opgesloten zitten. 21 uur. De TV staat aan. Iedereen ligt in of op bed, kijkt, of luistert alleen. Er gebeurt niets verder. Buiten hoor ik een helikopter. In afdeling C - dit kan ik zien omdat ik mijn gezicht tegen het spiegelend raam aandruk, dan kijk je er wèl doorheen - zie ik een bewaker door een deur de gang op komen, hij komt uit de richting van waar de badafdeling zit, hij praat er even door een deurluik en gaat dan weer. Er is dus na insluiting werkelijk geen bewaker op of tussen de beide afdelingen te vinden. 22.30 Er loopt een bewaker door de gang. Hij doet iets bij 'onze' deur aan de buitenkant. Een foto erbij plakken? 22.45 Lichten in de gang gaan uit. Het wordt overal donker. Afdeling D, de centraal post, afdeling C: allemaal stikdonker in de gangen. Ik ben doodmoe. Haben ligt in haar bed nog wat te zappen. Ze houdt het volume zacht. De andere vrouwen proberen te slapen. Ik besluit tenslotte ook om onder de dekens te gaan liggen. Het licht is nog aan. Haben doet het tenslotte uit. "Good idea" zeg ik nog, kijk nog even naar buiten, hetgeen beter gaat als het licht binnen uit is. Wat een deprimerend uitzicht, hekwerk voor het raam, rol NATO draad erboven; 't is de moeite niet. Ik val redelijk snel in slaap om vervolgens veel te vroeg weer wakker te worden. Volgende dag, 8 november 2007 Ik kan de slaap niet meer vatten. Hoe laat zou het zijn? De vrouw onder mij, Liyana, maakt in haar slaap geluiden. Het lijkt erop dat ze een nachtmerrie heeft, een spookachtig zingen is het, heel grillig. Dan stopt ze, en begint weer. Dat duurt zo even. Ik lig al een tijdje wakker als ineens een geel licht naast de deur even aangaat. Ik hoor wat bij de deur, het zal een bewaker zijn die een controle rondje doet. Later zal blijken dat het dan ongeveer een uur of zes is geweest. Ik tel bijkans de minuten tot die deur straks weer open zal gaan. Dan wil ik snel opstaan want het is vroeg luchten op donderdagochtend, zo maakte ik op uit Ma-Li's lijstje aan de muur. Ik kijk nog eens naar buiten, 't is nog donker en stil. Het is een grauwe dag. Om half negen is er toenemende bedrijvigheid in de gang. Twee van ons zijn al opgestaan, Ma-Li als eerste. Mij kost het moeite, maar ik dwing mezelf om op te staan omdat ik het luchten niet wil mislopen. Ma-Li is dan al goed en wel op, ook Dunya is al opgestaan, en Yu-Chan. Haben ligt nog in een diepe slaap en Liyana wrijft de slaap uit haar ogen. In de gang hoor ik het een bewaker zeggen, wat ik al gehoord had: "Buiten de kamer (dat wóórd! 'kamer'!) moet je een BH dragen," Ja, dááág! Hoe lang zal het duren voor ze doorkrijgen dat ik er geen draag? Ma-Li vertelt dat het luchten om kwart over negen is op luchtplaats A of B. A is de binnenplaats waarop wij uitkijken. Ze spreekt vrij goed Nederlands, maar net niet goed genoeg, zo blijkt. Ik begrijp namelijk van haar dat wíj mogen kiezen en reageer verbaasd. "Mogen wíj kiezen?" 9.15 uur. Tijd om te luchten. Een klein groepje vrouwen staat klaar, waaronder Ma-Li, Yu-Chan en nog een paar Chinese vrouwen, en dan Dunya, en ik. Wie niet mee gaat luchten moet op cel blijven. Even daarvoor maakte ik me nog zorgen om Haben, die nog in bed lag, en zei tegen Ma-Li: "Is het niet beter dat we haar wakker maken? Je moet toch om negen uur je bed uit zijn?". Het is één van de regeltjes die ik wèl heb weten te onthouden, net als de regel dat dan de gordijnen open moeten zijn. Volgens Ma-Li gaat dat nog wel even goed. "Laat maar slapen nog," "Moeilijk," zegt ze na een tijdje. "Moeilijk, elke dag zo," Ze is hier drie dagen en de sleur, de leegte, de onzekerheid, het oeverloze wachten zonder te weten waarop, slaat al toe. Ik kan haar alleen maar gelijk geven en zeggen hoe absurd dit alles is. Ik schaam me dat ik maar zo kort hoef. De zon komt op in het oosten en het oosten is toch ergens anders dan ik dacht. Dunya heeft pijn in haar rug. Ze weet niet hoe het komt. Bij binnenkomst heeft ze wel even een verpleegster gezien. Die zei dat ze rustig aan moest doen en ze zou aan het einde van de dag een pil, paracetamol, krijgen. De pil heeft ze niet gekregen. "Ze doen er niks aan," We gaan weer naar binnen. Daar is de 'kippenren' inmiddels goed op gang gekomen. Iedereen loopt van alles te regelen. Deuren staan open. Haben wordt door bewakers uit haar bed geklopt "En nú opstaan!" Ik probeer hier en daar wat te helpen. Haben heeft maar één paar kleren en daar sliep ze in de eerste nachten. Samen gaan we een pyjama voor haar vragen, en voor Dunya. Dunya help ik een bezoeklijst in te vullen. Bezoek wordt in Kamp Zeist lekker moeilijk gemaakt, net als in al die 'detentiecentra'. Vergelijking met een 'gewoon' HvB, zoals waarmee ik naderhand kennis zal maken (Zwolle): Waarom dit alles zo omslachtig moet? Om te voorkomen dat mensen zonder papieren makkelijk bezoek kunnen krijgen. Om te voorkomen dat de verhalen naar buiten komen. Daarom! Het maakt deel uit van de doofpot. We hebben het erover waar het oosten is. Liyana vraagt, via Dunya: "Hoe weet je dat moslims naar het oosten bidden?" Tja, hoe weet ik dat? Ik vertel dat ik dat elementaire kennis vind. Ik weet dat gewoon. Moslims bidden naar Mekka en Mekka ligt in het Oosten. Het verrast haar, dat ik dat weet. Tenslotte help ik Dunya nog bij het invullen van een aanvraag voor bezoek aan de medische dienst. Ik loop dus de hele tijd die tafel met de bewakers plat met allerlei verzoeken en gevraag om formulieren. Als ik aan kom lopen, zie ik ze kijken; heb je háár weer. Dan kom ik om een beklagformulier. Oh ja, dat lag bij de CP. Ik daar naartoe. Dan komt de ochtend ineens in een stroomversnelling. Ines, van afdeling C, komt plots binnen en troont me mee naar haar cel. Ze zit met vijf vrouwen in een rokerscel. Rokerig dus. Maar ook hier gastvrijheid. Ines zet koffie. Ze blijkt bij vijf Nederlandse vrouwen te zitten die allemaal een korte straf uitzitten, variërend van de vervangende hechtenis van vijf dagen voor een niet gedane werkstraf tot een week of zes. Dan zijn ze weer weg. Telkens weer blijft Ines, die er al meer dan een jaar zit, achter. Telkens weer andere celgenoten en daar kun je geluk mee hebben, zoals ik, maar ook grote pech en problemen, taalbarrières, trauma's, angst, woede, onzekerheid… het gaat snel mis. Voor ik het weet is de ochtend om en moet ik vliegensvlug terug naar afdeling D, want anders ben ik in overtreding van één van de vele regeltjes. 12.00 uur. Insluiting voor het middageten. Gebracht is een stapel van zes magnetron maaltijden, zelf te verwarmen. En zes peren. Ik heb sinds ik ben opgepakt nog niet een dag iets warms gegeten. Terwijl we om beurten onze maaltijd in de magnetron opwarmen, praten we wat. Het blijkt dat Ma-Li, net als Dunya, op het werk is opgepakt. Ze werkte in een kapperszaak. Dunya in een bakkerij. Razzia's op werkplekken zijn routine, geen uitzondering, blijkt maar weer. Ma-Li weet nu al wat de uitkomst van haar verblijf in Kamp Zeist zal zijn. Tenslotte zal ze weer op straat gezet worden. Dan begint alles weer van voren af aan. Geen papieren, toch overleven door werken in Nederland, tot er weer een inval komt. Ze lijkt te berusten. Ze is zo kalm. 13 uur. De deur gaat weer open. Ik besluit eerst het verzenden van mijn beklag te gaan regelen. Daarvoor heb ik een envelop nodig en die heb ik niet. Ik begin maar weer eens met de Securicor bewakers aan de tafel op de afdeling erom lastig te vallen. Ik had nog zoveel meer willen en kunnen doen, en waarnemen in Kamp Zeist. Dat zullen ze bij justitie geweten hebben. Dezelfde middag, tijdens het luchten, is het plotseling afgelopen. De luchtplaats bij de muur is het laatste dat ik nog te zien krijg. Een luchtplaats grenzend aan een hek tussen gebouw 50 en het rode gebouw ernaast, een gebouw van een verdieping of drie. Als we buitenkomen met een hele groep vrouwen, horen we gebonk. Ik kijk op en zie mannen achter de getraliede ramen staan, ze zwaaien. We zwaaien terug. "Dames, niet flirten met de mannen!" klinkt het streng. Zwaaien is flirten dus… Tijdens het luchten trappen een paar meiden baldadig tegen de ongeveer één meter hoge houten schotten die tegen het hek zijn bevestigd. Achter dat hek zie ik drie rollen NATO draad naast elkaar liggen. Dan is er weer een hek, een hoger hek, met groen gaas ertegen aan. Daarachter is een stukje 'niemandsland', en dan wéér een hek. De muur tenslotte, daar hangen weer rollen NATO draad aan. NO ESCAPE. Een haveloos volleybalnet in het midden van de luchtplaats. Twee even haveloze baskets aan weerzijden. De ballen? Die liggen in het NATO draad tussen de hekken. Talloze ballen, onbereikbaar. Dus lopen we rondjes, alweer rechtsom. Dus trappen vrouwen baldadig tegen de houten schotten. "Hee! Ophouden!" wordt herhaaldelijk geroepen, en "Niet doen!". De meiden stoppen er tijdig mee. Bij de badafdeling word ik in een wachtcel gezet. Het 'transport' is er nog niet. "Reden van mijn beslissing is dat uit telefonische informatie is gebleken dat u als regelmatige actievoerster tegen de p.i. Zeist niet langer in deze inrichting kunt verblijven, omdat een objectieve bejegening niet langer gegarandeerd kan worden." Was getekend: Ik heb bezwaar gemaakt tegen de overplaatsing. Ik heb verdriet over het verlies van contact met de vijf vrouwen met wie ik de cel deelde. Wij hadden op dat moment geluk, we konden elkaar met rust laten, dat is niet iedereen gegeven, en op den duur worden zelfs de liefste vrouwen gek van een omgeving als de afdelingen en de cellen van Kamp Zeist, van bewakers die denken dat ze in Disneyland werken, maar je wel om het minste in de isoleercel gooien. Je kunt erop wachten dat er iemand ontploft en dan is repressie het antwoord. Ik heb niet met hen alle vijf in zo korte tijd nauw contact kunnen leggen, maar maak me zorgen over hen, vooral over Haben. Zij schreef die middag, om 14.50 uur, op een papiertje uit het kleine blocnote waarin ze eerder tekeningen van dieren had gemaakt, die ze me had laten zien: "If you find yourself in a dark room, blood comes from everywhere, do not be scared, you are in my heart, remember me, bye, Haben" Kamp Zeist moet dicht, en niet alleen Kamp Zeist. Als Nederlanders, en de overheid die zegt ons allen te vertegenwoordigen, iets zouden moeten leren, is het datgene dat ik in Kamp Zeist, of all places!, heb gezien en ervaren: gastvrijheid. Van vijf opgesloten vrouwen! Joke Kaviaar, verslag geschreven en voltooid d.d. 24 november 2007, naar aanleiding van iets meer dan 24 uur in Kamp Zeist, gebouw 50, afdeling D, cel 3.
|
Upcoming eventsNavigationUser login |