Brief Comité Rechtsherstel ivm dreigende uitzetting Milou Fritass

Deze brief is een reactie op: Noodkreet van overlevende van Schipholbrand
Deze brief vindt u als pdf-attachment onderaan deze blz

Comité Rechtsherstel
Couwenhoven 52-05
3703 ER Zeist
sagitar (at) hetnet.nl

7 november 2008

Aan de Staatssecretaris van Justitie
mevrouw Mr. N. Albayrak
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

re: de voorgenomen

uitzetting van Miloud Fritass

Excellentie,

De vraag die zich laat stellen is de volgende:

KOERST U, MEVROUW ALBAYRAK, WILLENS EN WETENS AAN OP EEN
TWAALFDE DODELIJKE SLACHTOFFER VAN DE SCHIPHOLBRAND?

De daarmee verbonden vraag is dan deze:

Kan Nederland zich nog een dodelijk slachtoffer van de Schipholbrand permitteren?

De lijdensweg die de overlevende slachtoffers van de Schipholbrand, tot op de dag van vandaag, hebben te gaan dreigt opnieuw in een afschuwelijke climax uit te monden.

Bekend is geworden dat de IND thans het tij gunstig acht om een van de overlevenden van de ramp, Miloud Fritass, op zeer korte termijn uit te zetten.

Eerst even terug naar deze catastrofale ramp zelf, waarbij reeds elf mensen onmiddellijk de vuurdood vonden.

Het betreft hier, zoals iedereen weet, een ramp die door de Onderzoeksraad van Pieter van Vollenhoven grotendeels op het conto van falende Nederlandse overheidsinstanties werd geschreven.

Niettemin ging de onmenselijke behandeling die de toch al zwaar getraumatiseerde overleven ook na de catastrofale brand ondergingen gewoon door.

Zij werden meteen na de brand verder opgesloten in vreemdelingendetentie, constant met uitzetting bedreigd en bleven verstoken van adekwate psychische hulpverlening.

De onzekerheid, de onveiligheid, het gebrek aan medisch-psychologische zorg, het gebrek aan opvang en bestaanszekerheid, waarvan zij op die manier door de Nederlandse autoriteiten ook na de verschrikkingen van de brand nog tot slachtoffer werden gemaakt, droeg er zo in hoge mate aan bij dat, ook waar dit wellicht bij een adekwate hulpverlening nog had kunnen worden voorkomen, de traumatische ervaringen die velen in de nacht van de brand hebben ondergaan, zijn uitgegroeid tot een post traumatisch stress syndroom (PTSS).

Tientallen overlevenden lopen nu rond met een post traumatisch stress syndroom.

Dat laatste geldt ook voor Miloud Fritass.
Dat deze rechtstreeks als gevolg van de verschrikkingen waaraan hij in de nacht van de ramp onderhevig is geweest zodanig psychisch letsel heeft opgelopen dat hier sprake is van een post traumatisch stress syndroom, is juist nog het begin van deze maand door de Nederlandse regering zelf uitdrukkelijk erkend, doordat hem een extra schadevergoeding werd toegekend van 10.000 euro. Immers, alleen hen waarvan medisch is vast komen te staat dat hun PTSS uitsluitend te wijten is aan hun ervaringen tijdens de brand worden voor een dergelijk letselschadebedrag in aanmerking gebracht.

Van veel oorlogsveteranen, ook Nederlandse soldaten die in Irak of Afghanistan hebben gediend of elders een functie als blauwhelm hebben vervuld, die een post traumatisch stress syndroom hebben opgelopen, is bekend dat zij regelmatig ontsporen in gewelddadigheid. Zij zijn niet meer in staat om hun gevoelens voldoende te reguleren en te controleren tot de noodzakelijke zelfbeheersing. Dat gebrek aan controle kan, als keerzijde van dezelfde medaille, ook naar binnen slaan en een proces gericht op zelfdestructie op gang brengen.
Beide gedragsstoornissen behoren tot het ziektebeeld van post traumatische stress syndroom.

Miloud Fritass vertoont beide gedragsstoornissen. Hij zit momenteel een gevangenisstraf uit van een maand wegens geweldspleging jegens zijn vriendin. Aan de andere kant vertoont hij zodanige suicidale gedragingen dat men hem in het recente verleden drie dagen in een isoleercel heeft gezet.

Jegens Miloud Fritass is diens gewelddadige gedraging tegenover zijn vriendin door de toenmalige minister voor Vreemdelingenzaken Verdonk aangegrepen om hem niet alleen geen verblijfsvergunning te geven voor een jaar, zoals andere overlevende slachtoffers van de ramp op een bepaald moment wél ontvingen, maar werd dit door haar ook benut om hem ook nog eens ongewenst te verklaren.

Opnieuw demonstreerde Verdonk daarmee haar volstrekte onmenselijkheid jegens de slachtoffers van de ramp. Eerst werd hen, als gevolg van het eigen falen van de verantwoordelijke overheid, onherstelbare psychische schade toegebracht. Dit voor zover zij daarbij niet al direct het leven lieten. En vervolgens worden ze dan onmiddellijk ongenadig op de gevolgen van hun aldus opgelopen gedragsstoornissen afgerekend.
Zonder enige consideratie.

Want Verdonk was feitelijk maar op één ding uit. Het zo snel mogelijk wegwerken van alle slachtoffers van de brand. Zodat die zo snel mogelijk uit het zicht zouden zijn gemanoeuvreerd.

De IND, of althans die krachten daarbinnen die zich zien als de erfgenamen van 'het gedachtengoed' van hun ex-baas Verdonk - en iedereen weet dat die krachten daar nog ruim voorhanden zijn! - zien nu kennelijk hun kans schoon om af te rekenen met één van deze overlevende slachtoffers, in casu dus Miloud Fritass.

Hem is dezer dagen schriftelijk kenbaar gemaakt dat hij op 10 november a.s. zal worden overgebracht naar het Detentiecentrum op Zestienhoven en op 12 november a.s. zal worden uitgezet naar Marokko.
In afwachting daarvan zit hij inmiddels in het Deten¬tiecentrum Alphen a.d. Rijn in vreemdelingenbewaring.

Dat Miloud Fritass suicidaal is, staat vast.
Anders had men hem niet in de psychische afdeling van de Penitentiaire Inrichting in Lelystad, waar hij zijn straf uitzat, in isolatie gezet. Dat was juist ook om hem tegen zichzelf te beschermen.
Miloud Fritass heeft voorts herhaaldelijk te kennen gegeven dat, als hij daadwerkelijk zal worden uitgezet, hij zelfmoord zal plegen.

Niettemin werd hem deze dagen een gesprek met zijn vertrouwensarts dr. van Melle geweigerd.

Het ziet er dus naar uit dat de staatssecretaris voor Vreemdelingenzaken, mevrouw Albayrak, de IND toestaat een persoon uit het zicht te verwijderen die van staatswege het slachtoffer is geworden van een zware geestelijke stoornis en die wellicht, als gevolg van dit staatsoptreden, op dit moment zodanig psychotisch is dat hij ertoe zal overgaan om een eind aan zijn leven te maken, zodra hij daadwerkelijk wordt uitgezet.

Natuurlijk kan er geen sprake van zijn dat het, vanuit een oogpunt van menselijkheid, aanvaardbaar zou zijn dat Miloud Fritass onder dergelijke omstandigheden zou worden uitgezet.

Allereerst dient er, met spoed, een zorgvuldig medisch onderzoek te worden ingesteld naar zijn gezondheidstoestand. Waarbij zijn behandelend geneesheren een krachtige stem in het kapittel behoren te hebben en waarbij ook zijn vertrouwensarts dient te worden betrokken.

Het is, nu de toestand van Miloud Fritass inderdaad zodanig labiel en psychotisch is dat zelfmoord dreigt, ook alleen al vanuit beleidsoogpunt ontoelaatbaar dat hij thans zou worden uitgezet. Hij dient dan immers zonder meer als te ziek te worden aangemerkt.

Voorts kan ook van uitzetting, alleen al naar eigen 'normale' beleidsmaatstaven, geen sprake zijn zolang niet is vastgesteld dat a) een adequate medische behandeling van post traumatisch stress syndroom in Marokko aanwezig is en b) de betrokkene daartoe ook daadwerkelijk toegang zou hebben.
Ieder deugdelijk onderzoek daarnaar ontbreekt.
Maar natuurlijk is hier bovendien van 'normale' omstandigheden ook nog eens geen sprake. De Nederlandse autoriteiten dragen de schuld aan het post traumatische stress syndroom van Miloud Fritass en hebben hun verantoordelijkheid daarvoor maar te nemen, zodat hier van uitzetting überhaupt geen sprake kan zijn.

Uitzetting zou, onder de huidige omstandigheden, betekenen dat de Staat - en de verantwoordelijke Staatssecretaris ook als persoon - zich schuldig zouden maken aan een wrede en onmenselijke behandeling in de zin van artikel 3 van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens, artikel 7 van het Internationaal Verdrag voor burgerrechten en politieke rechten en artikel 16 van het Anti-Folterverdrag.
Dit bovenop de wrede en onmenselijke behandeling waarvan Miloud Fritass, evenals diens mede-overlevenden, al tot slachtoffer werd gemaakt vóór, tijdens en nà de brand.

Mocht Miloud Fritass desondanks toch worden uitgezet en komt het inderdaad tot zelfmoord, dan kan zonder meer gesteld worden dat hij door de handelwijze van de IND en de Staatssecretaris willens en wetens de dood is ingedreven.
Alsdan zal er tenminste sprake zijn van dood door schuld vanwege de verantwoordelijke autoriteiten.

Die schuldvraag zal alsdan uitdrukkelijk aan de orde moeten komen.
Zoals deze schuldvraag ook thans nog uitdrukkelijk speelt voor wat betreft het handelen en nalaten van de toenmalige minsters Verdonk en Donner jegens de dodelijke en overlevende slachtoffers van de Schipholbrand in de lopende procedure voor het Europese Hof voor de rechten van de mens.
Hiervoor wordt verwezen naar www.vertrokkengezichten.nl.

Wij nemen zonder meer aan dat de obsessies ontspoorde personages binnen het IND die deze aanslag op Miloud Fritass beramen tot de orde zullen worden geroepen.
En dat u deze poging om dit door het Koninkrijk der Nederlanden zwaar getraumatiseerde overlevende slachtoffer van de Schipholbrand 'uit het zicht te schuiven' zult verhinderen.

hoogachtend,

namens het Comité Rechtsherstel

mr. N.M.P. Steijnen

AttachmentSize
FRITASS-2 Uitzetting dreigt.pdf16.32 KB