Voor Maribel Martinez Rodriguez.
De heren van gegoede stand
die willen jou niet kennen, want
jouw beroep staat hen niet aan.
Je kwam hier, je kwam ver vandaan.
De toestand thuis, was 't om te grienen?
Je ging hier daarom 'geld verdienen.'
De heren van gegoede stand
kennen je nu wel, ná de brand,
waarin jij stikte, 't leven liet,
je familie thuis, die heeft verdriet
en wij, wij lijden met hen mee
en zeggen tegen celstraf:"NEE!"
Je was hier echt geen 'crimineel,'
elf doden zijn er elf teveel.
Jouw doodsangst, onvoorstelbaar groot,
een cel, die jou geen uitweg bood.
Maar boven de gegoede stand
wens ik je vreê van Hogerhand.
A Dios
Statenloos kind
Statenloos ben ik geboren,
maar paspoorten zijn nu verplicht.
Om bij mijn ouders te behoren
zijn er instanties opgericht,
waarin mijn ouders gaan verloren.
Wie is het wie voor wie hier zwicht?
A Dios